BrusselsJournal





De Gentse vestigingen van winkelketens Zeeman en Ulla Popken hangen eentalig Franse affiches in hun etalages. Van Nederlandstalige affiches geen spoor.

Ter attentie van het Nederlandse hoofdkantoor van Zeeman, het Duitse hoofdkantoor of het Belgische hoofdkantoor in Luik van Ulla Popken, volgt hier een uiteenzetting waarom dit in Vlaanderen bij een deel van de publieke opinie overkomt als een provocatie, als een belediging, en waarom dit een commerciële blunder is.

In België is het gebruik van de talen vrij, behalve in de relaties tussen overheid en burgers, waar de taalwetgeving van toepassing is. Dat is de juridische kant van de zaak. Wettelijk is er dus niks mis met die affiches, maar daarmee is de kous natuurlijk niet af.

Honderdvijftig jaar politieke strijd voor gelijke rechten voor het Nederlands, tegen het toenmalige Franstalige overwicht in, heeft littekens nagelaten in het collectieve onderbewustzijn van de Vlamingen. Ja, in Vlaanderen bestaat er een irrationele overgevoeligheid tegen het Frans, die niet bestaat tegen het Engels. Dààrom is een affiche met "jusquà 60% de réduction" iets héél anders dan een affiche met "up to 60% off".

Die overgevoeligheid tegen het Frans bestaat niet alleen bij Vlaams-nationalisten, separatisten of Vlaams Blokkers. Die overgevoeligheid bestaat bij een groot deel van de publieke opinie, bij mensen die niet noodzakelijk politiek geëngageerd zijn, maar die zich wel bewust zijn van de immense offers en inspanningen die meer dan een eeuw lang geleverd zijn om het Nederlands in België de plaats te geven die het verdient. Misschien is dat bij de jeugd anders, maar die leren op school niet meer over de historiek van de taalstrijd. Hoeveel van onze jongeren weten bijvoorbeeld dat talentellingen wettelijk verboden zijn, en waarom dat zo is?

In de Vlaamse Rand rond Brussel komt daar nog een dimensie bij, omdat het Nederlands daar wel bedreigd wordt. Daar draagt elk Frans opschrift bij tot de beeldvorming dat het eigenlijk een tweetalig of overwegend Franstalige streek is, en die perceptie wordt door Franstalige politici als politieke hefboom gebruikt om toegevingen af te dwingen van Vlaamse politici inzake de toepassing van de taalwetgeving of de taalaanhorigheid van die gemeenten. Ook in het buitenland, op Belgische ambassades bijvoorbeeld, komt er een extra dimensie bij. Alles wat daar de bestaande perceptie versterkt dat België een overwegend Franstalig land is met eventueel een Vlaamse minderheid, dient drastisch te worden bestreden. Maar we hadden het dus over Gent, en niet over de Brusselse rand of het buitenland.

Sommige dingen kunnen, andere niet. Van een Franse naam voor een restaurant of café kijkt niemand op. Van commerciële affiches wel. De kust is een speciaal geval. Ik erger me al lang niet meer aan tweetalige of ééntalig Franse opschriften aan de kust. De kust is nu eenmaal een toeristische aantrekkingspool met een sterke Franstalige aanwezigheid. Laat ik het zo stellen dat zolang Nederlandstaligen daar in het Nederlands bediend worden, al de rest kan getolereerd worden. Maar we hadden het dus over Gent, en niet over de kust.

Er bestaan groupuscules zoals het Taal Aktie Komitee (TAK) die niet alleen tegen het Frans in Vlaanderen ageren, maar ook tegen het Engels. Ze hebben bovendien hun strijd voor het Nederlands vastgekoppeld aan een strijd voor separatisme en voor amnestie, waardoor ze zelf niet politiek neutraal zijn. Ik beschouw hun acties dan ook als contraproductief, onverdraagzaam en extremistisch. Ze slaan op dat vlak al even erge imagoblunders als Zeeman en Ulla Popken. En aan Jong N-VA zeg ik: met jullie belachelijke protesten tegen Engelse affiches voeren jullie een achterhoedegevecht waardoor jullie terechte protest tegen Franstalige affiches gemarginaliseerd wordt en ongeloofwaardig is.

Verengelsing heeft géén politieke dimensie, verfransing heeft wel een historisch-sociaal-politieke dimensie. Verengelsing kan in sommige omstandigheden een bondgenoot van de Vlamingen zijn, tegen de dominantie van het Frans. Waar het Nederlands toch niet opgewassen is tegen het Frans, bijvoorbeeld in Brussel, dienen de Vlamingen voor het Engels te kiezen. Elk element dat de perceptie versterkt dat België Franstalig is, is nadelig voor de Vlaamse politieke en economische belangen in het kader van de politieke machtsverhoudingen met de Franstaligen. De perceptie dat het Engels sterk staat in Vlaanderen (en in Brussel) is daarentegen een goede zaak, een kwestie van openheid, internationalisering en globalisering, en in het voordeel van Vlaanderen.

Elke wijziging in de balans en in de machtsverhoudingen tussen het Nederlands en het Frans heeft gevolgen op het vlak van perceptie in binnen- en buitenland, politieke machtsverhoudingen, invloed, export, economie, financiën, demografie. De taalstrijd in België bestaat nog altijd en is springlevend, maar hij draait al lang niet meer om taal als doel op zichzelf. Taal vormt nu gewoon het breukvlak van een politiek-sociaal-economisch spanningsveld in het kader van een machtsstrijd, waardoor verschuivingen in de taalverhoudingen meteen verschuivingen inzake politieke en economische invloed en belangen teweegbrengen.

En dààrom, beste Zeeman en Ulla Popken, zijn Franstalige affiches in Gent een (wellicht onbedoelde, want veroorzaakt door onbekwaamheid of onwetendheid) provocatie, een belediging, maar vooral commercieel masochisme tegen uzelf.

Vierde wet van LVB: het Frans is in Vlaanderen geen politiek neutrale taal, het Engels is dat wel.
Eerlijk gezegd snap ik helemaal waarom die twee bedrijven een dergelijke stunt uithalen. Of anders zouden ze hun reclame-adviseurs maar de laan uit moeten sturen. Want die hadden moeten beseffen dat dit niet goed zal vallen.