Visionair-belgie.be is een progressieve, Vlaams republikeinse spreekbuis. En men schiet er met scherp op de mistoestand die de politieke correctheid is, zoals in dit deftig artikel.





Het 'Centrum' als bewaker van political correctness

Wereldwijd lijkt er met het woord ‘racist’ iets vreemd aan de hand. Naarmate rechts en extreem-rechts in Europa aan invloed winnen, lijkt er vanuit de tegengestelde hoek een vervolgingsdrift op gang te komen die ik moeilijk anders dan als postmodern fascisme kan omschrijven. Ze bedient zich van termen als ‘racistisch’ en ‘xenofoob’ om maatschappelijke controlefuncties in te planten die doen denken aan Huxley’s Brave New World. In die mate zelfs, dat de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ helemaal hun inhoud verliezen. Zo ontwikkelde een groep ‘progressieve’ Spaanse wetenschappers de racismomaton,- een straatcomputer die U kan testen op ‘onbewust racisme’. Na de automatische schoenenpoetser, de publieke gewichtscontrolemachine, de snelle HIV-test, nu dus de racismomaton,- ik dacht dat het een grap was, maar neen, surft U even naar www.racismomaton.org en overtuig Uzelf.

In België heeft dit verschijnsel een speciale institutionele dimensie. Het idee van de ‘praktijktest’ toont hoe gulzig de zgn. rechtsstaat de geest van de democratie aanvreet: het doolhof van regels en regeltjes en de daarbij behorende schemerzones van juridische spitstechnologie volstaan blijkbaar niet meer om het establishment in zijn hengsels te houden; nu wordt op het sociale veld zelf een spel van uitlokking en betrapping gespeeld, waarbij elke burger een potentiële verklikker is. Dat begint verdacht veel op staatsterreur te lijken: het systeem wacht niet meer tot U iets mispeutert, het legt zelf valstrikken en lokt potentiële incivieken uit hun tent. Bij dit Big-Brother-syndroom hoort ook een inquisitorisch apparaat dat waakt over de ideologische correctheid, dissidenten opspoort én als aanklager optreedt. Het ‘Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding’ heeft daarin een indrukwekkende staat van dienst. Sinds zijn oprichting in 1993 – het toenmalig Vlaams Blok zag het als een paniekreactie van de politieke klasse op haar eerste grote overwinning in 1991, en is er waarschijnlijk niet ver naast-, als openbare dienst toegevoegd aan toenmalig premier Jean-Luc Dehaene, speelde het de repressieve kaart en creëerde zondebokken aan de lopende band, waardoor het zijn publiek draagvlak stelselmatig verkleinde en meer als een gedachtenpolitie en vervolgingsapparaat werd gepercipieerd.

We herinneren ons o.m. het geval Siegfried Verbeke: een geschifte neo-nazi, door het Centrum gedagvaard wegens ‘negationisme’, een pseudo-wetenschappelijke these over onbestaand gaskamers die elke historicus kan weerleggen; of de affaire Feryn (een kantelpoortenfabrikant die beweerde dat zijn klanten allochtone monteurs niet graag zien komen); of nog zo’n trofee: de zaak De Bleecker (een 77-jarige bietenkweker uit Rixensart die zijn huis niet wilde verhuren aan een homokoppel en daarvoor op zijn oude dag een strafblad én een boete van 100 Euro aan zijn broek kreeg). De gewone man begreep de heisa niet, maar het Centrum triomfeerde. Ook toen het toenmalige Vlaams Blok in April 2004 door het Hof van Beroep werd veroordeeld wegens ‘racistische uitspraken’,- een vonnis dat hen een klinkende overwinning opleverde in de Vlaamse Parlementsverkiezingen van datzelfde jaar (+ 9 zetels). Dankuwel, Centrum. Als Jozef De Witte en zijn voorganger Johan Leman de Vlamingen tot meer kleurgevoel moesten aanzetten, dan waren ze wel heel slecht bezig. Of gaat het eigenlijk daar niet om?

Alles lezen