SS Standartenführer Joachim (Jochen) Peiper

SS Obersturmbannführer, Ridderkruis met Zwaarden.


Loopbaan en lot van een Duitse soldaat


Historische aanvullingen van G. F. (Chile), aangezet door Stahlhelm


De eenvoudige stap van een dapper mens past zich niet aan de tijdgeest aan. Een enkel woord van waarheid weegt eindeloos meer dan de leugen.
Alexander Solshenitsyn


Jochen, zo genoemd door zijn kameraden, werd op 30 januari 1915 in Berlijn - Wilmersdorf als zoon van een Pruisische legeraanvoerder geboren. Een groep Franse communisten overweldigde en vermoordde hem in de nacht van 14 juli 1976 in zijn huis in Traves, Frankrijk.

Als kind stond al bij hem vast een loopbaan als soldaat op te bouwen. Hij deed dit toen hij in het jaar 1934 de Johann Wolfgang von Goethe-school verliet. Als scholier had hij zich in het bijzonder als begaafde taalstudent bewezen en beheerste het Frans zowel als het Engels praktisch accentloos. Het enige wat hem ´verried´ was dat hij te snel Frans sprak. Zoals toen gebruikelijk had hij niet alleen de taal van de buren geleerd, echter had hij zich ook aan de cultuur van Frankrijk toegewijd. Franse literatuur, schilderkunst, filosofie, gastronomie en zo voorts waren een deel van zijn geheel geworden. Jochen Peiper was francofiel, iemand die de Franse cultuur eerde. Hij was en bleef door en door Duitser, maar een wiens wereldbeschouwing door het kosmopolitische was beïnvloed. Hij was tegenover andere volkeren en culturen een open man en nooit extreem of arrogant, hoewel hij daar vaak van beschuldigd wordt. Zelfs SS Generaal Sepp Dietrich (onder wie hij tegen het einde van de oorlog diende) beklaagde zich over Peiper’s zogenaamde arrogantie. Dat velen de indruk hadden dat hij arrogant was, baseerden zij erop, dat Peiper in absoluut ieder opzicht -- intellectueel, cultureel en fysiek -- hij had de uitstraling van een filmster -- een superieur man was. Hij werd vanwege zijn zelfverzekerde optreden, zijn bekwaamheden, zijn moed om voor zijn overtuiging uit te komen en zijn uitstekende voorkomen benijd.

Het hielp ook niet dat hij, een a-politiek man, weigerde tot de partij toe te treden. Toen was het de rigueur voor alle leden van de SS om ook partijlid te zijn, echter wat voor het merendeel een feit was, was voor een man als Peiper betekenisloos. Duits te zijn en Duitse waarden te personificeren was voor hem alles waar het om ging. En Duits was hij in de allerbeste betekenis van het woord, nooit twijfelend, altijd dapper, altijd zijn mensen inspirerend, een Duitse leider á la Götz van Berlichingen of maarschalk Blücher, mannen bij wie het individualisme eveneens zeer uitgesproken was. In het kort, hij was een superieur officier in de beste Pruisische traditie.

Zij militaire en persoonlijke kwaliteiten brachten hem tot de Leibstandarte Adolf Hitler, toen de absolute militaire elite.
Dat zegt wat, want volgens Engelse en Amerikaanse militairhistorici (Cpt. Basil Liddell Hart - Engels; Generaalmajor Michael Reynolds - Engels; Major James Lucas - Engels; Generaal George Patton - Amerikaans; A. Korganoff - Frans; Gordon Williamson - Engels; ad infinitum) was de gezamenlijke Duitse Wehrmacht, ongeacht welk onderdeel, een onvergelijkelijke elite.

Of hij de enige in deze buitengewone eenheid was die geen partijlid was is onbekend, maar is hoogstwaarschijnlijk. Desalniettemin werd hij in korte tijd tot adjudant van de Reichsführer Heinrich Himmler benoemd. Als zodanig had hij een zekere positie nabij het toppunt van de absolute macht, een ware droombaan.

Hij had dat kunnen behouden, maar als soldaat en man van eer meldde hij zich meteen aan het front toen de veldtocht naar Polen begon.

Zijn militaire carrière is een die zeer bewogen is, zoals van zoveel Duitse helden, heel bijzonder is dat hij zijn koenheid en bekwaamheden altijd daar inzette, waar de situatie het meest verwoestend was. Zijn loopbaan gedetailleerd te beschrijven zou dit artikel veel te uitgebreid maken, daarom zullen wij slechts enkele hoogtepunten noemen.


Al gauw na het begin van de veldtocht naar Rusland zou Peiper zich als een van de meest uitblinkende bevelhebbers profileren. De 320-ste infanteriedivisie van Generaal Postel werd bij Kharkov omsingeld en stond op het punt om door de overweldigende macht van de Sovjets uitgeroeid te worden. Noch munitie, noch ander oorlogsmateriaal kon naar het omsingelde gebied vervoerd worden. Het was het einde. Jochen Peiper echter had andere ideeën en bevrijdde de gedecimeerde divisie door een briljante doorbraak van de Sovjetlinies met een naar verhouding kleine groep Duitse SS-mannen. Deze doorbraak slaagde alleen doordat Peiper instinctief een opening zag en daarop reageerde, alhoewel de waarschijnlijke mogelijkheid bestond zelf vernietigd te worden. Het is voor altijd zijn verdienste (en van zijn mannen) dat duizenden Duitse soldaten de zekere dood bespaard bleef.

Op 19 maart 1943 veroverde hij Belgorod, slechts om naar Italië overgeplaatst te worden, waar hij slechts een korte tijd doorbracht om dan weer aan het Oostfront te belanden, waar hij in november 1943 in de omgeving van Zjitomir vocht. Of hij vermoedde dat buiten deze stad talrijke massagraven van Russisch-Duitse Mennonieten bestonden, die de Sovjet geheime diensten in 1936 liquideerde? Hun misdaden? Ze waren van Duitse afstamming, ze waren onbewapende pacifisten en waarschijnlijk de meest productieve boeren in de gezamenlijke regio die niks anders gedaan hadden dan de Oekraïne enkele eeuwen lang veel goed hadden gedaan.

Als lid van het Eerste Leger onderscheidde hij zich tijdens de doorbraak van het omsingelde gebied bij Kamenets Podolsky. Het was op het punt dat men in de Wehrmacht een nieuwe eenheid schiep. Oorspronkelijk had men compagnieën, bataljons, regimenten, divisies etc. Nu echter schiep men de ´Kampfgruppen´ (´strijdgroepen´). De situatie had zich zo ontwikkeld dat er eenvoudig te veel divisies opgeroepen werden om vervangen te worden. Iemand had het idee om verstrooide troepen te verzamelen en ze in ad hoc gecreëerde groepen samen te voegen.
Tegen het einde van de oorlog werden er op deze manier veel nieuwe eenheden geschapen waar soldaten van alle onderdelen als infanteristen vochten. Deze groepen bestonden uit van minder dan 50 man tot enkele duizenden en werden naar hun bevelhebbers genoemd.
De laatste Kampfgruppe die bestond was die van de Letse Hauptsturmführer Peteris Cevers die op het laatst in het bos van Kurland nog maar uit 6 mannen bestond en tot 1951 tegen de Sovjets vocht, tot hun bevelhebber door een Letse communist aan de KGB werd verraden. Deze dappere soldaten, allemaal voormalige Letse SS-mannen, werden door de KGB in de centrale gevangenis van Riga na talloze folteringen omgebracht.

Terug naar Peiper ---
Het was toen dat de ´Kampfgruppe Peiper´ opgericht werd, een eenheid waarmee Peiper zich voortaan schitterend bewees.


Daarna werd hij naar het Westen overgeplaatst, waar de situatie zich wegens de invasie van Normandië zeer verslechterd had. De ´Kampfgruppe Peiper´ vocht aan dit front tot dat ze in december 1944 als onderdeel van de 6e Pantserdivisie, aangevoerd door Sepp Dietrich, in de Ardennen ingezet werd. Daar vormden Peiper en zijn mannen de voorste punt. Het lukte hem bijna de overrompelde Amerikanen tot aan het Ärmelkanaal terug te drijven.

Dit is zeker verbazingwekkend als men bedenkt dat de Amerikanen onbeperkte hoeveelheden oorlogsmateriaal en voeding hadden. Men hoort altijd hoe goed de Amerikanen het hadden, echter zonder werkelijk te begrijpen wat dat werkelijk inhoudt. Daarom wil ik graag hier duidelijk maken hoeveel beter de Amerikanen uitgerust en gevoed waren dan de Duitsers, die sowieso aan het einde van hun krachten waren en toch altijd nog ´mannen van staal´ (volgens de Engelse Generaalmajoor Michael Reynolds) waren.

Men leze en verwondere zich - het is belangrijk dit alles in gedachten te houden wanneer men de militaire prestatie van Peiper werkelijk wil beoordelen - deze prestatie in de Ardennen was monumentaal!

De rantsoenen van de Amerikanen kwamen in individuele verpakkingen, één pakket per soldaat per dag. Eén zo’n doos bevatte de volgende etenswaren (men moet eigenlijk delicatessen zeggen):
(Alles in camouflagekleurige doos verpakt) -- Perziken, ananas of kersen, uitstekende zandkoeken, brood, Weense worstjes, 20 sigaretten - meestal Chesterfield, Pall Mall, Lucky Strikes of Camels, cacao, bonenkoffie, zouttabletten, diverse groenten, een soort goulash met aardappelen, of kip met pasta, waterreinigingstabletten - zelfs toiletpapier in camouflagekleuren! Het verbazingwekkende van dit alles is, dat deze zaken werkelijk voortreffelijk smaakten. De Duitse soldaten echter moesten (wanneer ze geluk hadden) met een paar sneetjes boerenbrood of een stukje worst rondkomen. Eén keer per week kreeg men een hete soep, of een eenpansgerecht.
Het hierboven beschrevene is niet overdreven maar zijn historische feiten. De auteur (voormalig sergeant bij de Amerikaanse paratroepen) weet dit uit persoonlijke ervaring.
Het transport van de Amerikaanse troepen bestond uit het allerbeste. Spiksplinternieuwe vierwielaangedreven Studebaker vrachtwagens met 1-2 tons aanhangers beladen met diverse materialen of lichtgeneratoren (men had altijd en overal elektriciteit), jeeps met 1-4 tons aanhangers wederom beladen met allerlei soorten uitrusting, 3-4 tons Dodge Powerwagons (één van de beste militaire voertuigen aller tijden) en de zwaarste Studebakers en General Motors sloopwagens.
Schier eindeloze colonnes met volle tankers rondden het plaatje af. De tankers waren evenzo Studebaker vrachtwagens - men had ook geen gebrek aan reserveonderdelen of problemen omdat er geen variëteit (zoals bij de Duitsers) in voertuigen was. Studebaker was daarnaast opgemerkt één van de beste Amerikaanse auto- en vrachtwagenmonteurs, opgericht door Duitse immigranten in de jaren 1840.
De Duitsers daarentegen gebruikten meestal oude, totaal opgebruikte Borgward, Kraus-Maffei, Mercedes, Horch, Hanomag, Stöwer, ´de ruggengraat van de Wehrmacht´ - de Opel Blitz met zijn onverwoestbare 3 liter 6 cilinder motor, Büssing en Magirus civiele voertuigen die sinds jaren trouw hun dienst gedaan hadden. In aanvulling daarop maakte men natuurlijk van buitgemaakte voertuigen zoals Citroen, Bedford of Studebaker gebruik. De verzorging van onderdelen was vanwege de diversiteit van transportmiddelen een nachtmerrie.
Toch presteerden de Duitse technici er op een bovenmenselijke manier in de oude dingen altijd weer in elkaar te flansen. Generaal Sepp Dietrich zag dat in en gaf in december 1944 een hoeveelheid EK-2 medailles aan de onder de zwaarste omstandigheden onvermoeibaar werkende technici.
De USA had sinds de jaren 1920 een uitstekend militair transportsysteem ontwikkeld, en men moet voor hun plannen de pet afnemen. Alles (met uitzondering van de motoren die in het Amerikaanse leger sowieso slechts een minimale rol speelden) was tot in het kleinste detail doordacht. Men had nu éénmaal de tijd om zich ongestoord voor te bereiden. De Duitsers echter moesten voornamelijk van civiele voertuigen gebruik maken, omdat een serieuze ontwikkeling van militaire voertuigen voor het eerst in de zomer van 1938 was begonnen en zelfs die was hopeloos versplinterd, omdat iedere monteur zijn eigen voertuigen ontwikkelde. De Amerikanen daarentegen hadden alle monteurs gedwongen EEN model vrachtwagen, EEN model trekker, EEN model jeep etc. te bouwen.
De mythe van dat de Amerikanen onvoorbereid waren geweest is gewoonweg een geschiedenisvervalsing. In tegendeel, als er iemand voorbereid was, dan waren het de Amerikanen alsook de Engelsen die al in de jaren ´20 langeafstandsbommenwerpers ontwikkelden, een wapen dat de Luftwaffe überhaupt niet bezat. Daarnaast opgemerkt, een langeafstandsbommenwerper is een aanvalswapensysteem, terwijl een jager defensief is. Wie was men toen (al in de jaren ´20!) van plan aan te vallen? Het antwoord is overbodig.
Het enige waarmee de Duitse troepen beter uitgerust waren, waren de uitstekende motoren, meestal zware Zündapp en BMW-machines met Steib zijspan (& - aandrijfmotor) als ook versnelling achteruit. De kleinere machines waren de fabelachtige Victoria Bergmeister, DKW 350 die na de oorlog de basis voor de Russische motorindustrie legde en diverse andere Duitse merken zoals Horex, Triumph Nürnberg (TWN) of Tornax - de laatste met Ilo motoren.
Duitsland was daarmee in ieder opzicht de absolute wereldleider op het gebied van motorfietsontwikkeling en rijbewijzen met meer dan een miljoen verschillende machines (tegenover 500.000 in Engeland, 500.000 (meestal Duitse modellen) in Frankrijk en circa 230.000 in Italië). De grootste motorfietsfabriek ter wereld was DKW, de firma die het meeste gekopieerde model aller tijden bouwde, de DKW RT-125. Duitse motorfietstechniek was altijd al wereldleidend, tot de gezamenlijke industrie in de jaren ´60 ´gestolen werd´.
De Amerikanen daarentegen reden op onbetrouwbare, veel te slecht gebouwde en technisch verouderde (technologie uit de jaren 1920), voortdurend oververhitte Harley Davidsons die men in Frankrijk met honderden liet staan zodra een Amerikaan zich een buitgemaakt Duits voertuig kon toe-eigenen. De huidige mythe van Harley Davidson is volledig onverdiend en baseert zich op machines die door Porsche ontwikkeld werden als H-D in de jaren ´80 toen ze op het punt stonden failliet verklaard te worden.
De uniformen van de Amerikanen bestonden uit waterdichte warme kisten, buitengewoon comfortabele jacks (met veel diepe zakken), dikke pullovers en lang ondergoed. Aan medicamenten en hypermoderne lazaretten was ook geen gebrek. De Amerikanen hadden waarachtig alles in overvloed!.
Alsof dat nog niet genoeg was, beheersten de Amerikanen het luchtruim, praktisch zonder de tegenstand van de Luftwaffe omdat deze in december 1944 praktisch opgehouden was te bestaan, net zoals de dappere onderzeebootafdeling die zich in de ongelijke strijd ook had opgeofferd.
Peiper’s doorbraak door de Amerikaanse linies was zo snel, zo moedig, dat er onder de Amerikanen overal paniek uitbrak. Het was de eerste keer in de oorlog dat de uitstekend uitgeruste en goed gevoederde Amerikaanse troepen onbeheerst terugvluchtten, gelijkend de buitengewoon slecht uitgeruste en gevoederde Italiaanse troepen bij Stalingrad of in Noord-Afrika. Het meedogenloze optreden van Amerikaanse officieren alsmede het eeuwige gebrek aan benzine, munitie en reserveonderdelen aan Duitse kant verhinderde het volledige uitputten van de Amerikaanse troepen ondanks hun geweldige overmacht.
Jochen Peiper’s Kampfgruppe kwam tot stilstand bij La Gleize in de buurt van Stavelot, niet door de moed van de vijand, maar omdat hij noch benzine, noch munitie, noch medicamenten noch voedsel voor zijn troepen meer had. Toen de vijand zijn verlamming bemerkte, sloten ze Peiper’s Kampfgruppe, die niet in staat was zich te bewegen, in.
De droom om de Amerikanen in het Ärmelkanaal terug te drijven was uitgedroomd. Er deed zich een grimmige keuze voor - 1) vernietig al het oorlogmateriaal en probeer te voet uit te breken, of - 2) geef je over aan een vijand die nog enkele uren daarvoor in paniek afstand had gezocht. Voor een man als Peiper was het duidelijk - uitbreken!


In het gevecht had Peiper een Amerikaanse officier gevangengenomen, die hij tijdens de uitbraak meenam. Deze Amerikaan loofde Peiper’s militaire optreden, zijn fatsoen en zijn moed na de oorlog. Het was voor hem onbegrijpelijk dat Peiper onder de meest hopeloze omstandigheden positief bleef denken en nooit zijn overtuiging om aan het einde toch zegerijk te zijn, verloor. Deze vijand met oorlogservaring had veel ontzag voor Jochen Peiper, wat hij later vaak toegaf.

Jochen Peiper beval alle materialen, alle pantservoertuigen en hun munitie die nog over was op te blazen en uit te breken. De ijzeren discipline, het geloof dat hun doel rechtvaardig was en de buitengewone leiderskwaliteiten van de SS onderofficieren (dat wordt altijd weer door alle oorlogshistorici die de SS hebben bestudeerd benadrukt) brachten hun troepen ondanks de weersomstandigheden die hetzelfde waren als in de strenge Russische winter.

Sepp Dietrich, Jochen Peiper en hun soldaten werden onder de allerzwaarste omstandigheden (onafgebroken luchtaanvallen, geen brandstof, weinig voedsel etc.) via treintransport naar de zuidelijke gebieden verplaatst om de doorbraak van de Sovjettroepen naar Wenen af te remmen. Daar vochten ze tot het bittere einde bij Sankt Pollen in de Alpen waar ze, zonder enige mogelijkheid zich verder effectief te verdedigen, door Amerikaanse troepen gevangengenomen.


In de geschiedenis van de mensheid zijn er slechts weinig voorbeelden van dergelijke zelfopoffering zoals die van Jochen Peiper en zijn Kampfgruppe. Noch hij, noch zijn troepen konden zich voorstellen wat ze te wachten stond.

Peiper zelf werd in een krijgsgevangenenkamp buiten Nürnberg ingesloten. Dit kamp bevatte meer dan 160.000 Duitse soldaten van alle legerafdelingen. Het was een kamp zoals er velen langs de Rijn lagen - geen barakken, geen toiletten, geen tenten, geen enkele beschutting voor de bittere kou of de regen. De soldaten leden vreselijk aan diarree, geen enkele medische behandeling (nog niet eens voor de ergste verwondingen), onder honger en dorst. De wanhoop was groot, want om ze heen was er genoeg, maar niet voor die hen wiens vaderland dit was, waarin men ze erger had opgesloten dan kindermisbruikers. De toestanden waren waarlijk onmenselijk. Het was in deze hel dat een Amerikaanse agent Jochen Peiper aantrof.

Peiper’s troep had in de Ardennen onder de zwaarste omstandigheden gevochten. Niet alleen tegen de officiële vijand, maar ook tegen wrede Belgische partizanen die achterbaks sluipmoorden op Duitse troepen hadden gepleegd. Bovendien leden ze onder acuut gebrek aan alles wat noodzakelijk was. Naast het gebrek aan materiaal leed Peiper tijdens deze kritieke tijd natuurlijk ook onder heftig personeelstekort.

Malmédy is een kleine Duitse stad die in het jaar 1919 door de geallieerden op onvoorstelbare gronden aan België overgedragen werd. Het was daar dat Peiper´s troepen enkele honderden Amerikaanse krijgsgevangenen maakten, zonder genoeg personeel te hebben om ze te bewaken, om maar te zwijgen van ze tijdens de etappe een verhoor af te nemen.


Men besloot (Peiper was niet aanwezig, want hij was in zijn tijdelijke hoofdkwartier enkele kilometers verder) de Amerikaanse gevangenen op een grote weide samen te brengen en ze daar door een paar soldaten met machinegeweren te laten bewaken. De paar soldaten die uitgekozen waren bloedjonge kerels zonder ervaring. Ze waren nu volledig alleen met enkele honderden Amerikanen die op open weide geplaatst waren. Als de Amerikanen een stormloop hadden uitgevoerd, zouden Peiper´s mannen binnen enkele seconden onder de voet gelopen worden, machinegeweren of niet.

Ze waren zich hier natuurlijk van bewust en men kan zich makkelijk voorstellen aan welke enorme stress deze jonge kerels overgeleverd waren.
Wat toen gebeurde is nog altijd niet verklaard, wat vaststaat is dat enkele Amerikanen probeerden te vluchten en dat een jonge SS-man hetgeen deed wat iedere soldaat op aarde onder dezelfde omstandigheden gedaan zou hebben --- hij opende het vuur. Wat niet verklaard kan worden, is of de Amerikanen hun vluchtpoging afbraken, of niet. In ieder geval staat vast dat Amerikaanse krijgsgevangenen werkelijk in Malmédy werden neergeschoten. Het is ook onzeker of aangeslagen Amerikaanse troepen op de SS-mannen hebben geschoten en dat tijdens het gevecht enkele gevangenen van hun eigen mensen werden neergeschoten. In het Amerikaans noemt men dat ¨Friendly Fire¨ en het is welgedocumenteerd dat vele Amerikaanse soldaten aan hun eigen artillerie en Air Force ten prooi zijn gevallen.
De ¨spelbreker¨ die men ¨omstandigheden¨ noemt.

Onder welke omstandigheden werden ze neergeschoten? Als je werkelijk tijdens de vluchtpoging neergeschoten wordt, dan deed iedere soldaat slechts zijn plicht, want als hij had toegestaan dat ze ontkwamen was hij zelf schuldig geweest aan het verraad want hij had zijn plicht niet gedaan. Dit alles is waarschijnlijk onbegrijpelijk voor mensen die geen kennis hebben van het leger, maar deze regels gelden in alle legers van de wereld, op alle tijdstippen in de geschiedenis!
Het was deze treurige geschiedenis die de reden was waarom men Peiper zocht. Hij werd beschuldigd van oorlogsmisdaden, hoewel er al nauwelijks een bevelhebber was die meer fair met zijn vijanden is omgegaan als Peiper.
In de tussentijd werden alle mogelijke gruwelen door de Belgische burgers in het leven geroepen over al de misdaden die zogenaamd door Peipers mannen waren begaan. Het is genoeg op te merken dat geen van deze verhalen ooit is bewezen en dat geen serieuze historicus tegenwoordig aandacht schenkt aan deze gruwelen, omdat ze praktisch allemaal als leugens ontmaskerd worden.

Desalniettemin worden heden ten dage nog (!) Belgen en Fransen genadeloos door hun regeringen vervolgd omdat ze, allemaal eerbare mannen, deze leugens aan het licht brachten en als zodanig benoemd hebben. Gewetenloze gezellen (tot onze schok voornamelijk Duitsers) onder de schuilnaam ´historici´ herhalen vandaag de dag nog veel van deze gelogen geschiedenis als ware ze historische feiten.

Natuurlijk mag men niet vergeten dat men toen al het denkbare, ongeacht hoe grotesk, over Duitsers en Duitsland niet slechts kon zeggen, maar dat men welhaast de mensheid van Europa opdroeg gruwelverhalen te vertellen, hoe erger, hoe absurder, des te beter. Er waren veel ´professionele´ getuigen, die welbetaald van rechtbank naar rechtbank trokken en verhalen in het leven riepen die heden ten dage voor het overgrote deel als je reinste gruwelpropaganda aan het licht zijn gebracht.
Men mag niet vergeten dat ze zeer harde, aanvankelijk Duitserhatende Amerikaanse generaal George ´Blood and Guts´ Patton midden 1945 zei: ´de enige fatsoenlijke mensen in heel Europa zijn de Duitsers´.

De gezamelijk Kampfgruppe Peiper werd opgesloten, gevangengenomen en door ene luitenant Perl (Amerikaans paspoort) op de meeste gruwelijke manieren gefolterd om tot bekentenissen te dwingen. Perl was voor de oorlog uit Wenen ´uitgeweken´. De kerels waren dapper en hielden het onmenselijke vol, maar, zoals de toenmalige commandant van Auschwitz Höss zei: ´men ondertekent eenvoudigweg alles, als deze beesten maar ophouden met martelen´ (de verklaring van Höss was in het Engels geschreven, een taal die hij niet beheerste, en met zijn bloed ondergespetterd).

De foltermethoden van luitenant Perl (iemand die nog nooit van zijn leven slechts maar een kogel had horen vliegen, laat staan dat hij had gevochten) bestonden uit de volgende:
1) De handen van de gevangenen te boeien en dan zolang in de ballen te trappen tot ze verpletterd waren. Dit werd door een ontzette Amerikaanse legerarts vastgesteld die onmiddellijk aan de Amerikaanse Senaat in Washington DC mededeelde die daarop onderzoeken instelde.
2) De gevangenen mededelen dat hun gezamenlijke families aan de Russen overgeleverd waren om daar te worden omgebracht als ze voortaan weigerden verklaringen te ondertekenen.
3) Gevangenen werden een kap opgezet en ze werden dan naar de binnenplaats van de gevangenis gemarcheerd. Daar werden ze tegen een muur gezet en moesten luisteren naar hoe commando’s zich klaar aan het maken waren om te gaan schieten. Dan werd er geschoten - naast ze welteverstaan - maar men kan zich de psychologische schok van zo’n procedure amper bevatten.
4) Gevangenen, onder wie enkele die door de verbitterde gevechten een been hadden verloren en met een kruk liepen, werden dagelijks afgeranseld als ze op weg naar ´verhoor´ waren, werden op hun been gezet en ze werden daarom, op de grond liggend en voor nazizwijn uitgemaakt, geschopt en meedogenloos geslagen.
5) Gevangenen werden gedwongen 24 uur lang stil te staan. Wanneer ze ook maar iets bewogen werden ze genadeloos afgeranseld.
6) Gevangenen werden bewust uitgehongerd en uitgedroogd.
7) ´Amerikaanse´ folteraars zoals Perl - die vloeiend Duits spraken (Hmmmmmmmmm!) verschenen verkleed als katholieke priester om naar men zegt de gevangenen de kans te geven hun ziel van de strop te kunnen redden enz. enz. ad nauseam.
8) Peiper zelf werd ´gekookt´. Men verhitte zijn cel tot zo’n temperatuur dat hij het bewustzijn verloor. Dan gooide men ijswater over hem heen om hem na zijn ontwaken weer te ´koken´. Deze gruwelijke procedure werd een x-aantal keren herhaald, zonder dat Peiper een kik gaf.

Toen zijn mannen het niet meer konden volhouden en eenvoudigweg alles onderschreven, offerde Peiper zich op alle verantwoordelijkheid op zich te nemen.

Hij werd door kolonel (overste) Ellis, de officier van Justitie, bezocht. Ellis was hoffelijk en militair correct en zei Peiper te onthouden dat hij zelf niet in de schuld van Peiper of zijn mannen geloofde. Hij vertelde hem tevens te onthouden dat hij zijn best zou doen Peiper toch te laten ophangen. Perverser gedrag is waarschijnlijk onmogelijk.

De rechtszaken vonden in Dachau plaats zonder dat ontlasten bewijsmateriaal toegestaan was. Een verdediging werd de facto onmogelijk gemaakt. ´Getuigen´ werden opgeroepen die, zoals sergeant Ahrens, jaren later als karakterloze leugenaars werden ontmaskerd.

Verklaringen die onder gruwelijke folteringen ondertekend waren werden geaccepteerd. Geen enkele justitiële bewijzen werden geproduceerd - altijd en eeuwig diezelfde ´ooggetuigen´, dezelfde verhalen, zonder enig justitieel bewijs en wat nog erger was, zonder de mogelijkheid van verdediging deze ´getuigen´ een kruisverhoor te laten aangaan.


Alhoewel het duidelijk was dat de bekentenissen, zonder uitzondering, onder foltering verkregen waren en hoewel allen die zulke bekentenissen hadden ondertekend in de rechtszaal alles terugnamen, werden 43 van de geschonden SS-mannen om 16 juli 1946 tot dood door de strop veroordeeld. 30 anderen kregen langen gevangenisstraffen.

Ook Jochen Peiper werd ter dood veroordeeld, wat hij, net zoals alle anderen, stoïcijns accepteerde. Hij overleefde echter omdat de Amerikaanse senator McCarthy zijn onschuld en die van zijn mannen praktisch bewees. McCarthy ontmaskerde de vreselijke martelingen waaraan de mannen blootgesteld waren net zoals het twijfelachtige karakter van enkele getuigen. Hij stelde ook de methoden van de rechtbank aan de kaak, omdat alle legale principes genegeerd waren. Hij viel het gezamenlijke gerecht openlijk aan en noemde de procedure bij naam -- lynchjustitie en een schandvlek voor het Amerikaanse leger.

Vanuit de dodencel in Landsberg schreef Jochen Peiper:

Van de Kaukasus tot aan Finnmark loopt in een cirkelvorm de linie van de gevechtsvoorposten van het Avondland. Vertegenwoordigers van onze gezamenlijke cultuur houden zwijgend de wacht. En wanneer hun grafheuvels ook platgegooid zijn en vele landen zich nog altijd voor hun edelste zonen schamen zo is het toch enkel aan deze avant-garde van het Europa-idee danken, dat de nazaten van Djenghis Khan hun pantsers nog niet de Atlantische oceaan in rijden.


Peiper bracht vele jaren door in een dodencel, tot zijn terdoodveroordeling in 1951 in levenslange gevangenisstraf omgezet werd. Men schonk hem ´genade´ in 1956 en hij probeerde zijn leven weer op te bouwen. Hij begon een carrière in de autohandel als verkoper voor Porsche in Frankfurt. Gewetenloze syndicaten eisten zijn ontslag.

Hij en zijn familie (zijn vrouw had altijd in hem geloofd en stond hem trouw bij, alhoewel het in de dagen van de voortdurende hetze vreselijk zwaar was) trokken daarop naar Stuttgart waar hem bij VW een plaats aangeboden werd. Maar ook daar liet men deze Duitse held niet alleen. Een afschuwelijke haatcampagne van Duitse linksen en hun knechten begon, tot VW hem moest ontslaan.

Het was Peiper duidelijk dat hij in het land van zijn voorvaderen, een land wat hij dapper tot de laatste ademteug had verdedigd, geen enkele toekomst had. In plaats van hem te bevieren, werd hij belasterd. In plaats van hem te eren werd een lastercampagne tegen hem opgehitst die in intensiteit afschuwelijk was.
Wat gezegd moet worden, is dat men in Duitsland de ontdekking van de afschuwelijke lynchjustitie van de overwinnaar nooit in het openbaar bracht en dat er werkelijk mensen waren (en nog steeds zijn) die ervan overtuigd waren (zijn) dat de rechtszaken tegen mannen zoals Peiper er op een juist manier aan toe gingen en dat deze mensen werkelijk allemaal schuldig waren aan hetgeen waar men ze van beschuldigd had. Wat hier ontstellend is, is dat zulke mensen tot op de dag van vandaag weigeren maar aan het idee te denken dat men ze doelbewust misleid heeft.

In de jaren 1940 had Peiper de omgeving van het Langresplateau in Frankrijk leren kennen en leren waarderen. Hij had toen een bekende in Reutlingen die een Franse dwangarbeider had. Er werd toen een regeling getroffen tussen de regeringen in Vichy en Berlijn opdat twee Franse krijgsgevangenen naar huis konden gaan voor iedere Franse arbeider die vrijwillig naar Duitsland kwam om daar te werken. Het was dankzij de invloed van Peiper die het mogelijk maakte dat de Franse dwangarbeider van zijn bekende weer naar huis mocht gaan. De naam van deze man was Gauthier, een Duitsvriendelijke (zoals veel Fransen in die tijd) nationalist die Peiper’s goedheid nooit vergat.

Toen Peiper in 1957 besloten had met zijn familie naar Frankrijk te gaan om naar een nieuw leven op te bouwen, was het monsieur Gauthier die hem behulpzaam was doordat hij de watermolen in Traves aan hem verkocht. Helaas moest de watermolen gerestaureerd worden, iets wat Peiper financieel niet kon ondernemen. De voormalige SS Obersturmbannführer Erwin Ketelhut kocht de molen van Peiper. De opbrengst van de verkoop maakte het voor Peiper mogelijk een huis voor zichzelf te bouwen.

Jochen Peiper bouwde zijn huis goed verborgen hoog op de oever van de Saone. Het was vanaf de straat niet te zien en Peiper en zijn familie leefden daar naar verhouding zonder problemen 16 jaar lang ondanks enkele anonieme (wat anders?) dreigbrieven. Over het algemeen liet men hem praktisch ongestoord en noemde hem in het dorp ´De Duitser´. Hij maakte van zij oude passie, de Franse taal, gebruik en verdiende zijn levensonderhoud als vertaler.

Op 11 juli 1976 ging Peiper naar Vesoul, de hoofdstad van het departement om daar draad voor een geplande hondenkennel te kopen. De verkoper was een communist uit de Elzas genaamd Paul Cacheux. Deze Cacheux herkende Peiper als Duitsers door zijn lichte accent. Peiper betaalde met een check op zijn naam, inclusief adres, pakte zijn draad en ging naar huis. In Frankrijk bestond een zogenaamde ´Bruine Lijst´ waarop alle namen van diegenen staan die wegen oorlogsmisdaden of collaboratie in Frankrijk gezocht werden.

Stel je deze infame absurditeit voor - toen meer dan 30 jaar na de oorlog werd (en wordt er nog steeds) er op mensen gejaagd die zogenaamd het een of ander aan misdaden gepleegd zou hebben - ongeacht of het bewezen is, ongeacht of het waar is, ongeacht of ze al lang hiervoor geboet hebben, ongeacht of het waarheidsgehalte van de zogenaamde misdaden in de tussentijd al lang in diskrediet is geraakt, maar enorme misdaden van de zogenaamde Résistance (die in midden 1944 volledig onbeduidend was) werden niet voor niets vermoed, maar hevig ontkend. In de jaren ´80 produceerde een jonge Fransman een film waarin hij het ware karakter van de Résistance schetste. Deze film werd eenmaal in Parijs vertoond, en na een afschuwelijke lastercampagne tegen de filmmaker, nooit meer vertoond. In de laatste 6 maanden van het jaar 1944 werden ongeveer 100.000 Fransen (!) koelbloedig vermoord doodgemarteld - door de ´dappere´ Résistance! Geen enkele van deze folteraars en moordenaars werd ooit voor de rechtbank gesleept met Frankrijk beviert deze afschuwelijke sluipmoordenaars heden ten dage nog. Helaas zegt dat meer over de buren van Duitsland dan men kan vermoeden.

Zoals gezegd, monsieur Cacheux zocht de naam van Peiper op deze bruine lijst en gaf zijn gegevens aan de communistische partij door. Op 22 juli begon een obscene haatcampagne en hetze tegen de Duitser die 16 jaar vredig als productieve burger in zijn kleine huis had gewoond. Deze infame actie werd door de communistische partij bespoedigd o.a. doordat het tijdschrift ´L’Humanite´ (wat een cynisch absurde naam voor een orgaan van een misdaden tegen een alle mensenrechten negerende misdadigerspartij) een van haat vervuld artikel bracht waarin men zich afvroeg wat deze ´nazi´ in Frankrijk deed enz. De communisten verspreidden pamfletten in Traves die Peiper verketterden en hem als oorlogsmisdadiger neerzetten. Men sprak af Peiper een hete 14 juli (de Franse nationale feestdag) te bezorgen. De haat was werkelijk oud-testamentair en hysterisch. Niet alleen dat, de Duitse communisten van de DDR ondersteunden deze massahysterie tegen Jochen Peiper. Toen de DDR viel werden de Peiper-akten ofwel door de Stasi met opzet vernietigd of opzettelijk niet gevonden. De afschuwelijke hoogverraders van de Stasi daarentegen werden na de val van de muur niet gestoord of ander ter verantwoording geroepen. In tegendeel, de Duitse belastingbetaler onderhield deze monsters met hoge rentes. Het ongehoorde onrecht is hemelschreiend.

Een dag voor de afgesproken aanval, op 13 juli, besloot Peiper zijn geliefde vrouw en dochter naar hun familie in Duitsland te sturen - ze leed aan kanker en Peiper dacht dat hij zijn familie niet afdoende kon beschermen.

Hij zelf wilde zijn huis niet verlaten, omdat hij vreesde dat het zou worden platgebrand. Zijn buurman, Erwin Ketelhut, had voorgesteld de nacht in de relatieve zekerheid van de watermolen door te brengen, waarvoor Peiper vriendelijk bedankte. Toen Ketelhut, een echte kameraad, dan voorstelde de nacht bij hem door te brengen wilde Peiper dat ook niet, omdat hij wist dat Ketelhut op eventuele aanvallers geschoten zou hebben.


´Nee´, zei hij. ´Er is al teveel gemoord´. Ahhhhh - typisch Duits, waarachtig denkend dat netheid door sluipmoordende vijanden geëerd wordt.

Ketelhut stond erop dat Peiper tenminste zijn vuurwapen zou lenen, voor de zekerheid. Om zijn goede vriend gerust te stellen accepteerde Peiper dat ook en begaf zich op het dakterras van zijn huis, omdat hij van daaraf de stroom goed kon overzien. Om 23:30 uur hoorde hij een geritsel in de bosjes en zag een dozijn mannen die bezig waren de steile rivieroever te beklimmen.

Om de schijnbaar dronken kerels bang te maken schoot hij in de lucht. Zij riepen hem daarop naar het huis te komen, wat hij deed. Wederom, zo typisch trouw-Duits geloofde hij werkelijk met zulke lui zoals die verhuld zijn huis met moorddadige bedoelingen genaderd waren, tot een schikking te kunnen komen. Wat daarop gebeurde weten alleen de moordenaars zelf.

Toen men het lijk van Peiper vond was het verkoold. Hij werd liggend op zijn bed in de slaapkamer van zijn volledig afgebrande huis gevonden. Men had zijn handen en voeten afgehakt. Uit de lijkschouwing bleek naar men zegt niet of hij bij leven was toen men hem verminkte of niet. Als men ervan uitgaat (en dat moet men) dat de moordenaars dezelfde methoden gebruikten als de Griekse, Italiaanse, Belgische, Franse en Russische partizanen tijdens de oorlog, kan men helaas alleen tot de conclusie komen dat Peiper op de meest verschrikkelijke wijze doodgemarteld was. Het waren per slot van rekening dezelfde communistische sluipmoordenaars, alleen een generatie later.

In het dorp hoorde men om middernacht schoten uit de richting van Peiper´s huis, de zogenaamde ´vesting´, komen, maar de politie en de brandweer kwamen te laat. Dat men waarschijnlijk de tijd nam voordat men ingreep, bleek uit het feit dat Peiper ongeveer om 1 uur ´s ochtends stierf.

Deze secreten hadden gasolie, vermengd met motorolie en benzine op de grond gegoten.

De resulterende hitte had tot gevolg dat Peiper´s lijk niet verbrandde maar verkoolde, net zoals de tig-duizenden slachtoffers van geallieerde bommenholocausts tegen het Duitse volk. Uit de lijkschouwing bleek dat Peiper waarschijnlijk door de hitte gestorven is en men kan God danken dat hij het niet overleefde. Men had deze Duitse held tot ongeveer 1 uur ´s ochtends verschrikkelijk gefolterd.

Peiper´s kameraden, de voormalige SS-man Erwin Ketelhut evenals zijn Franse vrienden waren van mening dat Peiper niet omgekomen zou hoeven te zijn. Dat moet kloppen, want als hij Ketelhut´s aanbod om de nacht in de watermolen door te brengen had aangenomen, was hij nooit vermoord.

De sluipmoordenaars waren met hun auto’s over een weide tot aan de rivieroever gereden. Daar waren door medeplichtigen twee barken neergelegd. Met deze barken hadden ze de Saone overgestoken en moesten daarna de steile, met bosjes begroeide oever beklimmen. Na de gruwelijke daad vluchtten ze in de andere richting over weiden naar de straat. Men dien aan te nemen dat daar een auto op ze wachtte. De brandweer zocht in de stroom naar de vermiste lichaamsdelen zonder ze te vinden. De onderzoeken van de politie duurden 6 maanden. Terwijl deze gaande waren werden alle bekende leden van de communistische partij verhoord. Zoals te verwachten viel ´wist niemand iets´.
Uiteindelijk werd alles ad acta gelegd. Hemelschreiend is dat de politie blijkbaar zeer slordig werk leverde, want niet alleen was hun reactie tijdens de nacht van de eerloze daad onverantwoordelijk langzaam geweest, maar men dient zich te bedenken dat deze landstreek met 10 inwoners per vierkante kilometer zee dun bevolkt is. Iedere inwoner weet in de waarste zin van het woord alles over zijn buren, en men kon niks ontdekken? Het lijkt erop alsof men niets wilde ontdekken, want zo’n moord onder deze omstandigheden had men gemakkelijk kunnen ophelderen. Het wordt gezegd dat de sluipmoordenaars van buiten de landstreek kwamen, maar er is geen enkel bewijs voor dit vermoeden.

De districtsrechtbank van Vesoul had nu na geruime tijd de door communistische sluipmoordenaars doodgemartelde overste Jochen Peiper officieel doodverklaard. Onder druk van de politiek correcten had de rechtbank echter niet de moed de moord als zodanig vast te stellen. Evenzo konden de Franse autoriteiten de daders nooit opsporen. De familie Peiper eiste daarop de overbrenging van het lijk van de Obergruppenführer naar München. Bij de opening van de zinken doodskist door het Openbaar Ministerie van München bleek echter dat slechts delen van het lijk waren overgebracht. Het hoofd van de vermoorde dat, vanwege het gebit, voor de identificatie van beslissende betekenis is, ontbrak. De Franse rechtbank handelde de politieke moord nu op haar manier af door slechts de dood te bevestigen zonder echter enigszins een stelling in te nemen. Ja, zo wordt het door ´rechters´ in een moderne ´rechtsstaat´ gedaan.

Zoals Mahathma Gandhi al zei: ´Waar de wet regeert, heerst onrecht´.

Overste Peiper vermoord!
Voor Duitsland had hij koen gestreden,
een onvergetelijk soldaat.
In Duitsland had hij lang geleden
Voor een niet begane daad.
Met Duitsland is hij ook gevallen
Door achterbakse sluipmoord.
Wanneer Duitsland, zult u allen
Die voor u strijden, huis en oord?
Je blijft onvergeten!

**************************************** ***************

Bronvermelding
1) ´Sepp Dietrich Hitler´s Gladiator´, van Charles Messenger, ISBN0-08031207-1

2) ´History of the 2nd. World War´ (De Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog), Kapitein B.H. Lidell Hart, geen ISBN-nummer. Uitgegeven door G. P. Putman´s Sons, New York 1970

3) ´Men Of Steel´ (Mannen van Staal), van Generaalmajoor Michael Reynolds, ISBN 1-885119-66-6

4) ´Innocent At Dachau´ (Onschuldig in Dachau), Joseph Halow, ISBN 0-939482-40-1

5) ´Alpine Elite´ (De Edelweiss Elite), van Majoor James Lucas, geen ISBN-nummer, heruitgegeven door Jane´s Publishing Co. Ltd., London 1980

6) ´Jochen Peiper´, van Charles Whiting, ISBN 0 850526957, uitgegeven door Leo Cooper, Secker and Warburg Ltd. in Great Britain 1986

---More informations, look at stahlhelm..., we will know you it soon...---