From the desk of Jan Neckers on Wed, 2005-12-21 23:10

Tony Mary en Aimé Van Hecke zijn met een desinformatiecampagne gestart. Nu is dat niet te verwonderen van twee heren die een paar maand geleden zowat financiële oplichters noemde. De twee “broeders” richten nu hun pijlen op Geert Bourgeois omdat hij volgens hen de politiek weer in de openbare omroep brengt nadat hun voorgangers en zijzelf dat monster uit de tempel (opzettelijke flauwe woordspeling) verdreven hebben. Pathetisch vragen ze of Bourgeois weer terug wil naar de situatie van 10 jaar geleden. Natuurlijk wil die dat niet en er is ook niets in zijn ontwerp van decreet dat hier “vertrouwelijk en persoonlijk” (hahaha) voor me ligt dat daar op wijst. De twee heren vinden het alleen jammer dat zij niet langer meer ten allen tijde de vertegenwoordigers van de aandeelhouders (alle Vlamingen, vertegenwoordigd door de VRT-Raad van Bestuur) essentiële informatie mogen onthouden. Maar dat is iets heel anders dan dat de politiek weer de hele omroep in zijn greep krijgt zoals zij laten verstaan.

Dat was vroeger trouwens ook niet het geval. Het klopt dat de Raad van Bestuur tot 1996 zich met soms de onnozelste details bemoeide: het programmaschema, de benoemingen van de medewerkers vanaf niveau 1 (universitair), de kleur van het haar van de omroep(st)ers, enz. Maar dat was alleen maar mogelijk omdat de hiërachie politiek bevorderd was. Als programmamaker of journalist had je indertijd twee mogelijkheden. Je stond op je strepen en hield geen rekening met allerlei geklooi ten voordele van politici, hun familieleden en kennissen en dan werd je met rust gelaten. Maar je eindigde wel je loopbaan in dezelfde rang waarmee je begon. In ruil kon je bijna altijd je ding doen, temeer omdat de politiek bevorderden bijna altijd reetlikkers, lamstralen en professionele nullen waren die je met rust lieten want anders waren er geen programma’s. En hun prestige was ook afhankelijk van jouw producten. De keerzijde van dit systeem is logisch. De zogenaamde bazen hadden meestal geen fluit te vertellen en meer dan één programmamaker begon tenslotte programma’s te maken voor zichzelf en zijn vriendjes en vriendinnen en de kijkers konden hem/haar gestolen worden.

“Kameraad”

Maar je kon ook ambitie hebben om een mooie titel en meer centen te krijgen en dan moest je onder het juk. Journalisten gaven openlijk of in het geheim mediatraining, stelden moeilijke vragen aan politici en gaven partijgenoten “en passant” het passende antwoord erbij zodat de politicus een goed figuur sloeg. Programmamakers nodigden bevriende politici in hun programma’s uit of hielpen familieleden of kennissen aan contracten en opdrachten. Vooral de socialisten waren hier sterk en duidelijk in omdat zij dertig jaar lang de baas van de televisie konden leveren. Je kreeg dan op je bureau een nota dat X werk zocht maar dat je uiteraard zelf mocht beslissen of die X bekwaam was. Bij die nota was dan de sollicitatiebrief van X gevoegd die altijd gericht was aan “kameraad Hermans” of “kameraad Ceuleers” en de goede verstaander had dus niet veel nodig. Hoe hoger je klom hoe nauwer en enger je relaties met je politieke sponsors werden. Maar het betekende ook dat je greep op die “ambetanterikken” aan de basis die niet wilden meespelen altijd maar kleiner werd. De enige macht die de meeste politiek bevorderden bezaten, bestond er tenslotte in om “neen” te zeggen.

Sommigen (ere wie ere toekomt, meestal CVP-bevorderingen) gebruikten dat veto eerder schaars, maar socialisten waren daar minder zuinig mee. Directeur (en SP-apparatsjik) Léa Martel wou b.v. een Aerobics-voorstel van Emiel Goelen (brave jongen en dus makkelijk slachtoffer) alleen goedkeuren op voorwaarde dat de allesbehalve slanke dochter van een andere SP-ambtenaar de programma’s mocht presenteren. En dus kwam er nooit een Aerobicsprogramma. Dezelfde dame vond dat de presentator van de cursus “Bonjour la France” geen Frans kon al doceerde hij Frans aan de universiteit. Emiel Goelen moest hem vervangen door kameraad Liesbeth Walckiers wat hij vertikte. De in Antwerpen wereldberoemde Jan van Broekhoven wou een cursus knippen en naaien produceren. Hij was ook een SP-er maar vond de geschikte dames in “o horreur” een vrije en geen gemeenschapsschool. De directeur weigerde leraressen uit een katholieke school en Jan vertikte het SP-naaisters (mijn tweede opzettelijke flauwe woordspeling) in te schakelen en dus kwam er niets op het scherm.

Voor de buitenwereld was dat heel verwarrend en onbegrijpelijk want daar heerste soms een strakke hiërarchie en dus contacteerden ze liefst de hoogste bazen. Dan kwam alles in orde, dachten ze. Ik zie nog het verbijsterde gezicht van die heer van het Verbond Belgische Ondernemingen die een verjaardag te vieren hadden. Cas Goossens vond dat ook en of ik eventjes een programma wou produceren met de inhoud die hij zou dicteren. Ik schoot in een lach en zei dat hij het kon vergeten. De nepflamingant Adriaan Verhulst liet weten dat mijn programma over de bevrijding heel België moest omvatten in plaats van alleen Vlaanderen. Ik liet hem weten dat hij de pot op kon en dat Vlaanderen mijn land was en niet België. Het pijnlijke was dat veel van die politieke bevorderingen tussen onze hamer en hun partij-aambeeld zaten en ons dat ook in persoonlijke gesprekken lieten weten. Zij gaven toe dat zij zonder problemen al die eisen van politici en hun kwallen in de Raad van Bestuur naast zich konden neerleggen en dat de politisering zelfs met het oude statuut van vandaag op morgen kon verdwijnen. Maar zoals er me eentje zei: “Jan, als je twintig jaar gechambreerd hebt op de Keizerslaan [SP-hoofdkwartier] of in de Tweekerkenstraat [CVP-hoofdkwartier], als je de leden van de Raad van Bestuur van jouw partij op alle mogelijke manieren hebt opgevrijd dan kan je niet meer terug. Dat zijn goede kennissen en soms zelfs halve vrienden geworden. Ze hebben hun nek uitgestoken in hun partij om jouw rivalen van dezelfde kleur te liquideren. Menselijker wijze is dat grof verraad en daarenboven moet je niet verwachten van iemand die dertig jaar geblaat heeft dat hij plots een leeuw wordt.”

Leugenaar

Kortom, Van Hecke en Mary zijn leugenaars met hun referentie naar vroeger omdat ze zeer goed weten dat Geert Bourgeois niet eist dat de nieuwe VRT-Raad van Beheer weer de benoemingen en bevorderingen mag doen. In de werkelijkheid zijn ze allang tevreden dat ze het essentiële gered hebben en dat is dat zij alleen beslissen welke vriendjes en kennissen aan de bak komen. Bourgeois en zijn kabinet kennen of willen niets van de omroep kennen en in dat nieuwe decreet staat geen enkele verplichting om medewerkers voortaan op objectieve gronden te recruteren (en daar hoort geen “ervaring” bij want op die manier komen alleen de vrienden die er al zijn in aanmerking).

Honderden Vlaamse jongens en meisjes die misschien goeie programmamakers of journalisten kunnen worden, zullen nooit een kans krijgen want examens mogen niet meer. En daarmee hebben Mary en Van Hecke ook de waarborg dat er geen politiek-incorrecte medewerkers opduiken. Maar aan twee dingen hebben Bourgeois en co wel gedacht en dat zegt iets over wat zij wel belangrijk vinden. In de nieuwe beheersovereenkomst staat dat minimum een derde van de leden van de Raad van Bestuur nodig zijn om een punt op de agenda te zetten. In de praktijk zijn er dat vier. Waarom vier? omdat één bepaalde fractie (één keer raden welke) drie leden in de Raad heeft en dus gedeeltelijk monddood kan gemaakt worden. De Raad van Bestuur kan ook een paar specialisten coöpteren. Hoeveel denkt u? Juist, drie natuurlijk en geen vier, zodat die vierde partij die dan wel de grootste van allemaal is, geen extra-vertegenwoordiger krijgt: kleintjes, héél kleintjes.


Bron: http://www.brusselsjournal.com/node/591