Bitterlemon

donderdag 8 oktober 2009 08:06 door Stijn Calle


"Het probleem binnen de neo-solidaristische bewegingen in Noordelijk en Zuidelijk Nederland ligt dan ook niet in de ambitie van de jeugd, noch de radicaliteit van hun gedurfde denken. Het probleem is echter wel reŽel, en fundamenteel. Het ligt in hun leiderschap en de gebrekkige analytische vermogens van dit leiderschap." Stijn Calle belicht vanuit Vlaanderen de zoektocht die daar binnen rechts gaande is naar alternatieven voor liberalisme of socialisme. Niet elke poging is even geslaagd. Een analyse naar aanleiding van een debatavond.

Dingen hebben een naam. Die naam zegt iets over het wezen van elk ding. Wat het inhoudelijk is en wat het niet is. Het schept duidelijkheid, en maakt onderscheid. Dingen bij hun correcte naam noemen maakt het samenleven een stuk eenvoudiger want het vermijdt oeverloze discussies over de vorm. Dat vergt zeer veel energie die beter en besteed kan worden. Wanneer dingen echter bewust niet bij naam genoemd worden en er vakkundig misbruik van gemaakt wordt door woordgoochelaars is er een probleem. Dergelijke strategie is van alle tijden en dient om de aandacht af te leiden. Het is een tactiek, een strategie. En hij wordt ook vandaag in West-Europa toegepast.

Solidarisme is een problematisch begrip. Haar inhoudelijke grenzen zijn te breed gebleven. De reden hiervoor is eenvoudig Het is als een boomvrucht die nooit de tijd heeft gehad om rijp te worden en een vol leven te leiden, van bloesem tot afgestorven pit. Begin dan maar eens een biologische levensloop in haar volle breedte en diepte in kaart te brengen.

De definitiegrenzen van solidarisme moeten dus worden verfijnd. Niet omdat het begrip geen grenzen kent, maar omdat de actuele grenzen nog een te grote bandbreedte vertonen om objectief, rationeel en wetenschappelijk een scherp en dus bruikbaar instrument te hebben. Maar in elk geval zijn de actuele grenzen, breed als ze zijn, behulpzaam om toch het meest basale onderscheid te maken tussen wat solidarisme is, eventueel kan zijn, en wat het in elk geval niet is.

Solidarisme is een concretisering van wat gemeenlijk in tijd en ruimte de derde weg wordt genoemd. De grenzen van dit begrip zijn nog veel problematischer. De derde weg houdt zich bezig met de sociale en economische ordening van de menselijke samenleving. Dit is een deelaspect van de totale ordening van de samenleving.

De derde weg onderscheidt zich enerzijds van het socialisme en anderzijds van het liberalisme. Maar hier houdt de eensgezindheid op. Een veelheid aan visies wedijvert met elkaar over het wezen van de derde weg. Het solidarisme schept hierin duidelijkheid, door zich verder te preciseren.

Liberalisme en socialisme zijn filosofische en ideologische grondhoudingen over de invulling van de samenleving. Zij hebben een zeer belangrijke sociaal-economische component. Maar beide zijn integraal onderdeel van het materialisme. Deze meta-filosofische en meta-ideologische grondhouding overstijgt beide en verenigt hen in een basiskader. Beide gaan uit van een exclusief natuurlijke visie op mens en samenleving. Mens en wereld zijn materie en uitsluitend materie. Zelfs het geestelijke aspect van de mens is schatplichtig aan de materie. Geen rationeel denken zonder hersenen, maar ook geen hersenen zonder lichamelijkheid of ... materie. Elk bestaan van een bovennatuurlijke werkelijkheid, die het puur materiŽle overstijgt, wordt radicaal ontkent.

In het materialisme zijn liberalisme en socialisme de linker- en rechterlong van ťťnzelfde lichaam. Mensen zijn atomen. En de samenleving is de noodzakelijke verzameling van alle atomen in ťťn atomaire structuur. Ze verschillen enkel in de klemtoon. Bij het liberalisme is elke individuele atoom het centrale uitgangspunt, bij het socialisme is de collectiviteit van alle atomen samen het centrale uitgangspunt.

Het solidarisme erkent de natuurlijke werkelijkheid. Maar zij gaat een stap verder door de bovennatuurlijke werkelijkheid ook te erkennen en hier niet blind voor te blijven. Zij erkent dat individuele atomen zich verenigingen tot moleculen, als tussenstap tussen individu en collectiviteit.

Spreken over een bovennatuurlijke werkelijkheid is spreken over een religieuze realiteit. Deze religieuze realiteit werkt dan ook als een voorafgegevenheid aan de materiŽle realiteit. Het solidarisme miskent het individu niet, noch de collectiviteit. Maar het geeft beiden een ziel, een persoonlijkheid, een waarde an sich. Het individu is geen onderling uitwisselbare en in wezen absoluut gelijke atoom. Neen, het is een unieke, eenmalige en uitzonderlijke persoon die alhoewel gelijkaardig is in wezen met andere personen op zichzelf een onafbreekbare waarde heeft. Religieus uitgedrukt is elke persoon een door God gewild en geschapen schepsel, en als dusdanig geroepen tot heiligheid. De collectiviteit is geen blinde en hyperrationele ordening van onderling inwisselbare, en dus vernietigbare, atomen in functie van hun individuele nuttigheid voor de collectiviteit, maar een noodzakelijk en beschermende gemeenschap die de diversiteit van alle afzonderlijke personen erkent, handhaaft en bevordert. Dit gebeurt tussen persoon en gemeenschap op moleculair vlak. Zonder deze bescherming is de mens opgejaagd wild in een wereld van individuen en het collectief.

Met de opkomst van het protestantisme, dat materiŽle welvaartsmaximalisatie voorop stelde als teken van voorbestemming van uitverkorenheid, de private geld- en kapitaaleconomie, en de industrialisering en rationalisering op steeds grotere schaal werd het nodig om het alternatief op systematische wijze vorm te geven. Hierin speelde de rooms-katholieke kerk een centrale rol, door haar leer betreffende het sociaal-economische leven en handelen, in zeer concrete vormen te gieten.

Hieruit is het verzamelbegrip solidarisme geleidelijk ontstaan. Het stelt dat er niet uitsluitend materiŽle welvaart is, maar tevens morele welvaart. En dat beide doelstellingen met elkaar in evenwicht moeten zijn. Dit solidarisme heeft in verschillende tijden in verschillende landen en naties verschillende vormen aangenomen, aangepast aan de particuliere omstandigheden die van kracht waren. Maar de kern, het erkennen van de bovennatuurlijke en natuurlijke dimensie had men gemeenschappelijk.

Ondertussen bleef het failliet van het dialectische spel tussen socialisme (communisme) en liberalisme (kapitalisme) zich verder opdringen. Dat zit vandaag in een nieuwe, dialectische stap, om tot een nieuwe materialistische synthese te komen. Dit failliet werd niet alleen door tegenstanders van het materialisme opgemerkt, maar ook daar verschillende krachten binnen haar rangen. Het moet dan ook niet verbazen dat deze krachten ook een graantje mee wilden pikken van het groeiende ongenoegen.

Ze schreven zich - formeel - in een het derde weg-denken en namen soms het solidarisme, als nominaal begrip of louter etiket, over om zichzelf te afficheren tegenover de buitenwereld. De klassieke, ideologische scherpslijperij werd achterwege gelaten wegens verlies van geloofwaardigheid, en een zogezegd nieuw praktisch compromis met de realiteit werd aangegaan. De scherpe kantjes van het liberalisme en socialisme werden afgevijld en men trachtte, in etappes, te komen tot een nieuw centrum, een verzoening van beide. Maar steevast binnen het materialistische eenheidskader.

Wie materialisme zegt, zegt verlichtingsfetisjisme. Geen God noch (Goddelijk) gebod. Enkel de mens mag de medemens tot slavernij brengen in naam van de rede en de materie. De menselijke ratio is zogezegd in staat om alles optimaal te (her)ordenen. Deze ultieme hubris is dan ook dodelijk en heeft geleid tot de totalitaire wereld waarin we vandaag leven. Het moet ons dan ook niet verbazen dat vanuit socialistische of liberale hoek op de kar van het solidarisme werd gesprongen.

In BelgiŽ kan de politicus Hendrik De Man worden vermeld, in Frankrijk de vrijmetselaar en nobelprijswinnaar Lťon Bourgeois, in het Verenigd Koninkrijk Oswald Mosley, en in ItaliŽ de seksueel gefrustreerde Benito Mussolini. Stuk voor stuk socialisten, kinderen van de Verlichting, en binnen hun materialistisch denkkader, doorgeŽvolueerd. Bourgeois roemde zich met het epitetaf solidarisme, wat een intellectuele oneerlijkheid is waar men alvast Adolf Hitler niet kan van beschuldigen. Hij had tenminste nog de intellectuele moed zijn ding te noemen bij zijn correcte naam, socialisme, in plaats van dezelfde inhoud in aangepaste vorm te verkopen onder een nieuwe naam, in casu solidarisme

Vandaag is de situatie niet anders. Ook in onze tijd en onze gewesten zijn er groepjes die zichzelf met het solidarisme roemen. Ze ontstaan uit, terechte, onvrede met de bestaande wanverhoudingen in de samenleving. Ze hebben de verdienste te zien dat het huidige systeem ziek is tot op het bot en dient te worden vernieuwd. En verder hebben ze de zeldzame gave om in deze tijd van egoÔsme en desinteresse jonge energieke krachten aan te trekken. Tenslotte dragen ze op verschillende punten concrete oplossingen aan, die een begin kunnen maken van een noodzakelijke marsrichtingswijziging.

Het probleem binnen de neo-solidaristische bewegingen in Noordelijk en Zuidelijk Nederland ligt dan ook niet in de ambitie van de jeugd, noch de radicaliteit van hun gedurfde denken. Het probleem is echter wel reŽel, en fundamenteel. Het ligt in hun leiderschap en de gebrekkige analytische vermogens van dit leiderschap.

Na het bijwonen van een debat omtrent het solidarisme te Antwerpen op 3 oktober laatstleden is mijn vermoeden meervoudig bevestigd. Het debat vond plaats tussen Eddy Hermy, namens en voor het Nieuw-Solidaristisch Alternatief en Pieter Huybrechts, namens het Vlaams Belang, maar sprekende in eigen naam. Het debat werd aangekondigd als een korte thematische uiteenzetting door beide debators met een lange mogelijkheid met discussie met het publiek. Het omgekeerde was waar.

Het Vlaams Belang is een politieke partij. Het Nieuw-Solidaristisch Alternatief een beweging. Da’s een wereld van verschil. Het VB heeft als eerste en laatste doelstelling het realiseren van een onafhankelijke Vlaamse staat. Zij kiest in deze optiek voor een tactiek van binnenparlementaire confrontatie. Het N-SA heeft een veelvoud aan doelstellingen die zich allemaal kristaliseren omtrent een fundamentale paradigmawissel. De tactische aanpak verloopt via het sociaal-economische spel, via de derde weg.

Maar van solidarisme kan, in hoofde van Hermy, geen sprake zijn. Hij bracht een onversneden maar bloedzuivere variant van het socialisme, in de trend van de bovenvermelde socialistische pogingen om hun collectivistisch materialisme als solidarisme te verkopen. Elke inhoudelijke uitspraak, ontdaan van zijn verpakking was terug te plaatsen in het meest klassieke marxistische klassendenken. In deze solidaristische varianten worden de klassen dikwijls gecamoufleerd door andere benamingen voor eenzelfde concepten. Maar verschillende keren viel hij door de mand en nam het origineel in de mond in plaats van het leenwoord. Dit gebeurde vooral naar aanleiding van een emotionele discussie omtrent de rol en het wezen van de vakbond. Maar voor ideologische oudstrijder als mezelf volstond zijn meesterstuk van intellectuele misleiding niet. Hij is en blijft socialistische oude wijn in nieuwe zakken verkopen. En hij heeft het volle recht op zijn eigen overtuiging, en de verkondiging daarvan. Het enige waartegen ik passioneel bezwaar maak is zijn intellectuele oneerlijkheid.

Hermy is een intelligent debator, ten volle geschoold in de kunst van de retoriek. Zelden heb ik iemand aan het werk gezien die beter geschoold is in de aloude kunst van het sofistisch redeneren. Hij weet zijn overtuigingen zodanig te formuleren dat het grote publiek er geen graten in ziet, en erdoor gepassioneerd wordt. Maar het is geen ordinair populisme, integendeel. Het was een geschoold en uiterst ervaren wetenschappelijke aanpak volgens het totalitaire boekje. Door woorden te ontdoen van hun wezenlijke betekenissen verkoopt hij een inhoudelijk verhaal, het socialisme, onder de vormelijke vlag een een tegengestelde overtuiging, het solidarisme. Hij weet in elke discussie de kritische opmerkingen van zijn tegenspreker naar de vorm toe te ontkrachten, zonder de inhoud te beantwoorden. En het publiek merkt het niet, bij gebrek aan kennis en ervaring van deze technieken. De technieken zijn meervoudig, en niet eenvoudig te doorzien. Bij wijze van eerste kennismaking verwijs ik dan ook graag naar het overzichtsartikel, dat onderaan terug te vinden is [1].

Waar ik fundamenteel niet mee akkoord ga is de intellectuele oneerlijkheid in een inhoudelijk debat. Wie daar intellectuele spitstechnologie toepast om vormelijk zijn gelijk te halen en ondertussen inhoudelijk zijn publiek staat toe te liegen is een gevaarlijk individu. Want die heeft bijbedoelingen. Dat mag, maar dat mag ook geweten zijn. Hermy was dit ten voeten uit.

Waar Hermy alvast in geslaagd is, is de terechte ontevredenheid die hier en daar bestaat omtrent de rol en functie van het Vlaams Belang in het partijpolitieke spel, te temperen. Het optreden van Huybrechts was een intellectuele opluchting, in tegenstelling hiermee, en deed een weldenkend mens systematisch solidariseren met het partijapparaat. Want wat hier onder de geschenkverpakking werd aangeboden is honderd maal erger.

Wat ten zeerste te betreuren valt is dat prachtige concepten, goede bedoelingen en eerlijke en jeugdige krachtdadigheid worden opgelicht en deze op intelligente wijze worden ingeschreven in een project dat diametraal tegenovergesteld is aan waar men naar op zoek is. Socialisme, en liberalisme, zijn beide een deel van het probleem, en niet van de oplossing. En hoe vlugger men tot dit besef komt, hoe vlugger er iets kan, en zal veranderen. Ter info

[1] http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_fallacies