PDA

View Full Version : De dood van Joris van Severen



Aragorn
Thursday, September 8th, 2005, 11:58 PM
Op 20 mei 1940 werd Joris van Severen, leider van het van Duitse sympathieen verdachte Verdinaso (verbond van Dietssche nationaal-solidaristen), door Franse soldaten vermoord voor de muziekkiosk van Abbegem (Abbeville). Op 10 mei 1940 viel Hitler Belgie binnen, waarop een wet ter verdediging werd ingesteld. Vooral de aanhangers van de met Duitsland sympathiserende nieuwe orde-bewegingen waren voor de staatsveiligheid verdacht, maar ook communisten, tengevolge van het niet-aanvalsverdrag dat Hitler en Stalin in 1939 tekenden. Op 15 mei werd inderhaast 78 politieke gevangenen klaar gemaakt voor transport naar Frankrijk. Onder deze gedeporteerden bevonden zich Nederlanders, Italianen, Duitsers en Belgen, varierend van Flaminganten tot aanhangers van het Verdinaso, Rexisten, Duitse en Britse geheimagenten en communisten. Onder hen bevond zich ook de Canadese ex-trainer van de Duitse nationale ijshockeyploeg en een geestezieke die in de open therapie in het dorp Geel was opgepakt omdat hij Duits sprak. Tot de bekenste van het gezelschap behoorden ongetwijfeld Leon Degrelle, de leider van de Rex-beweging en Verdinaso-leider Joris van Severen. Van Severen werd in 1894 geboren in het west-Vlaamse Wakken, een klein dorp nabij Tielt, in een Franskiljoens notarisgezin. Na middelbare studies aan het st.barbara college in Gent, moest hij zijn universiteitsopleiding in de rechten onderbreken door het uitbreken van de eerste wereldoorlog. Hij nam vrijwillig dienst en kwam zo terecht in de loopgraven van de ijzer. Daar werd hij, net als veel anderen, geconfronteerd met de slechte situatie van de gewone Vlaming. De Vlamingen vormden de meerderheid van het Belgische leger, maar hadden er nauwelijks promotie mogelijkheden en werden beveeld in het Frans, een taal die zij niet begrepen. Van Severen werd actief in de frontbeweging, die opkwam voor gelijke rechten voor de Vlaamse soldaten. Na de oorlog zette Van Severen de stap van de frontbeweging naar een nieuwe Vlaams-nationale partij; het Vlaams Front. Nadat hij bij de verkiezingen van 1929 een nederlaag had geleden, richtte hij in 1931 het Verbond Van Dietsch Nationaal Solidaristen, het Verdinaso, op. Het Verdinaso was een duidelijke nieuwe orde beweging, anti-democratisch en bovendien groot-Nederlands. Tot 1934 bleef de beweging anti-Belgisch gezind, maar na de afkondiging van de Nieuwe Marsrichting, kwam daar verandering in. Van Severen maakte een opening naar Wallonie. Hij zou later de neutraliteitspolitiek steunen, een graag geziende gast van het belgische establishment worden en tijdens de mobilisatie zijn volgelingen oproepen de beste soldaten van de koning te zijn. Ondanks het feit dat er voor 10 mei al enkele huiszoekingen bij hem hadden plaatsgevonden, leek hij op dat ogenblik niet voor arrestatie in aanmerking te komen. Toen 5 Brugse agenten de zwaar verkouden Van Severen om half 3 arresteerden, was hij dan ook zeer verrast. Samen met Van Severen werd ook Jan Rijckoort aangehouden, een gewezen communist die bij het Verdinaso was terecht gekomen en bevriend was met Van Severen. 5 dagen bleef Van Severen opgesloten. Op 15 mei werden de verdachten op de binnenplaats van de gevangenis verzameld. 3 bussen stonden voor hen klaar. In de eerste bus namen naast Degrelle en Van Severen, ook enkele communisten, een Duitser, een Spanjaard, een Nederlander, een Deen, de Canadese sportman plaats. Het gezelschap werd door 8 rijkswachters bewaakt. Er werden doodsbedreigingen geuit en de gevangenen werden uitgescholden voor spionnen en dergelijke verwijtingen. Zo vertrokken de bussen op weg naar frankrijk. De eerste halte was de kazerne van Duinkerken. Daar werd Degrelle herkend door Franse soldaten en uit het konvooi gehaald. Een schijnfusilade volgde. Degrelle bleef ongedeerd, keerde terug naar Belgie en zou tijdends de oorlog met de Duitsers samenwerken. Van Duinkerken vertrok het gezelschap naar Bethune, waar de bewaking werd overgenomen door de Franse gendarmerie. Op 19 mei werd verder gereden. De volgende bestemming was Abbegem (Abbeville). er was daar in de kazerne geen plaats voor de gevangenen, zodat ze uiteindelijk in de plaatselijke muziekkoisk werden ondergebracht, op het place du bois. De gevangenen werden hardhandig de trap afgeduwd en moesten in de ruimte onder het podium plaats nemen, 2 m onder de grond. Bovendien was het er kil en vies. De betonnen noodgevangenis ademde de geur van rottende groenten en verbrand hout, olie en benzine. Toiletten waren er niet. De kleine vensters waren afgeplakt en de duisternis bezorgde, samen met het gebrek aan ruimte, verschillende gevangenen aanvallen van claustrofobie. De volgende morgen begon de Duitse luftwaffe om 9 uur de Somme-stad stelselmatig te bombarderen. De stad werd tijdens het 12 uur onafgebroken voortdurende bombardement herschapen in een hullicinante puinhoop, vol lijken en stervenden.De gevangenen in de kiosk werden door elkaar geschud, vreesden bij elke bom het ergste. Tijdens een pauze tussen 2 bombardementen in, werd het ijzeren luik naar de noodgevangenis geopend. Quatre hommes de bonne volonte werden verzocht naar buiten te komen. 3 Italianen en een Brusselaar traden naar voren, in de overtuiging dat het om een voedselbedeling ging. De deur ginh weer dicht en er volgden 5 schoten. Toen de soldaten het luik weer openden en dreigend 4 nieuwe vrijwillegers vroegen, werd het de gevangenen duidelijk dat het om terechtstellingen gingen, uitgevoerd door Franse soldaten. Vrijwillegers werden schaars, maar uiteindelijk stapten opnieuw 4 de dood tegenmoet. Onder hen waren alweer 2 italianen, die op de vlucht waren geweest voor Mussolini. In de kiosk werd de paniek nu algemeen. Bij de 3de opeising stapte Monami, een communistisch gemeenteraadslid van Sint-Gilles, naar voren. Hij hoopte met de Fransen te kunnen praten, maar werd samen met 3 anderen vermoord. De Franse soldaten bleven komen. Van Severen kon evenmin als de communist Monami het schouwspel aanzien. Hij ging, bij gebrek aan vrijwillegers, naar buiten, gevolgd door zijn vriend jan Rijckoort. Van Severen had gehoopt te kunnen onderhandelen, maar hij was nauwelijks buiten of hij werd in de nek en de buik geschoten. Ook Rijckoort werd terplaatse neergeschoten. De fusilades bleven doorgaan: in totaal werden 21 mensen vermoord voordat de Duitsers opnieuw begonnen te bombarderen. Die luchtaanvallen betekenden voor de overgeblevende gevangenen in feite een staakt het vuren. Een definitief einde kwam er pas aan de terechtstellingen toen een luitenant van het Franse leger op de terugtocht zijn collega verbood verder te gaan met de ongecontrolleerde schietpartij. Voor de gevangenen was de lijdensweg niet ten einde. Zij zouden nog enkele weken door Frankrijk moeten zwerven, alvorens door de Duitsers te worden bevrijd.