PDA

View Full Version : Bokkenrijders : tussen sociale bandiet en duistere boef



Frans_Jozef
Thursday, June 30th, 2005, 12:50 PM
Bokkenrijders : tussen sociale bandiet en duistere boef

door Samuel de Lange


Bokkenrijders zijn de geschiedenis ingegaan als wrekers van het onrecht in de landen van Overmaas. De nazaten van deze 'sociale bandieten' hadden een sinistere kant: nieuwe leden zwoeren een godslasterlijke eed, kruisen werden bespuugd en bij overvallen op kerken gebruikten ze een ontheiligend ritueel.

Ter voorbereiding van sociologisch veldwerk in Spanje las ik 'The People of the Sierra' (1961) van de Engelse volkenkundige Julian Pitt-Rivers. Die bewees zonneklaar dat zijn dorp in de bergen werd geregeerd door het begrip 'eer'. Wie erin slaagde zijn handelen aan die deugd toe te schrijven, kon op de volksgunst rekenen, inclusief smokkelaars en bandieten. En jawel, tijdens mijn onderzoek onder Andalusische mijnwerkers in 1972 zag ik de arbeiders zich verkneukelen als er nieuws was over 'el Lute', bijnaam van Eleuterio Sแnchez (1942). El Lute was een arme jongen die op z'n twintigste kippen stal en een half jaar de bak in ging. Een paar jaar later beroofden el Lute en een maat een juwelier, waarbij een bewaker werd neergeschoten. Een militair tribunaal veroordeelde hen ter dood, want zo ging dat onder Franco, maar voor el Lute, die niet geschoten had, werd de straf in 30 jaar opsluiting veranderd. In 1966 nam hij de benen, maar werd weer gesnapt.

Tijdens mijn veldwerk was hij voor de tweede keer voortvluchtig, en aardige mensen wensten hem het beste. Om de haverklap was hij in het nieuws, want hij stal nog steeds van de rijken, maar de Guardia Civil greep keer op keer mis. Toen ze hem tenslotte te pakken kregen, werd hij tot meer dan 1000 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zes jaar na Franco's dood in 1975 liet een socialistische regering hem vrij. In 1988 kwam in Spanje een film over hem uit, getiteld 'Smeer 'm of sterf!'.

In Nederland moeten romantische criminologen het met de 'Bokkenrijders' stellen, een bende uit de achttiende eeuw die in de landen van Overmaas - Limburg ten oosten van de Maas - hoeven en herbergen, kerken en pastorie๋n overviel. Het land in de driehoek tussen Aken, Maastricht en Roermond was een lappendeken van Staatse en Habsburgse gebieden, waar het ontbreken van centraal bestuur avonturiers en rovers alle kansen bood. Stof voor folklore en streekromans, en in de jeugdserie 'de Griezelclub' heeft Ton van Reen maar liefst vier titels over de Bokkenrijders. Ook 'Suske en Wiske' (nr. 136) behandelt het onderwerp.

De frivoliteit van de uitgaven geeft te denken dat het om ingebeelde historie gaat, en sommige Limburgers zouden dat wel willen. In 1999 werd aan het streekmuseum van Valkenburg, voormalig stadhuis, een plaquette onthuld 'ter gedachtenis aan de vele honderden die in de achttiende eeuw ten gevolge van een justiti๋le dwaling na onder tortuur afgedwongen bekentenissen als BOKKENRIJDER werden terecht gesteld.' In de Historische Kring 'Land van Valkenburg en Heuvelland' heerst de overtuiging dat wrede bestuurders en familievetes achter de beschuldigingen zaten. Over de inbraken en overvallen zelf, die met grof geweld en doodslag gepaard gingen, wordt wijselijk gezwegen.

Vast staat dat drie- เ vierhonderd mensen tussen 1740 en 1778 in Kerkrade, Herzogenrath, Heerlen, Valkenburg en omstreken ter dood werden gebracht, 'tot afschrik en exempel'. In 1991 publiceerde de cultureel antropoloog en mafiadeskundige Anton Blok: 'De Bokkenrijders - roversbenden en geheime genootschappen in de landen van Overmaas.'

Het is een beredeneerde biografie van 400 personen die in de plaatselijke archieven als 'bokkenrijder' figureren. (Pas omstreeks 1772 rept men van 'bokkenrijders', daarv๓๓r hadden gezag en gerecht het over 'de grote bende', of over 'de nachtdieven en knevelaars'.)

Blok zet zich af tegen een literaire school die in boeven zoals el Lute en de bokkenrijders 'sociale bandieten' of 'primitieve rebellen' zag, eretitels die veertig jaar geleden door de Engelse communist en geschiedkundige Eric Hobsbawm werden gemunt. In Hobsbawms boeken over rovers op het platteland zijn bandieten wrekers van onrecht, en onteigenaars van gronden die de adel of kerk zich wederrechtelijk heeft toege๋igend. Spanje alweer geeft in die traditie het voorbeeld met zijn bandolero, die in de opera 'Carmen' (1874) van Bizet in de gedaante van de bandiet Don Jos้ uitdagend het toneel betreedt.

Blok ontkent niet dat er een verband bestaat tussen het optreden van de bende en armoede en oorlog in de landen van Overmaas, maar wel dat het een rechtlijnig verband is. De bendeleden waren geen gedeserteerde soldaten zoals vaak is gesuggereerd, maar ingezetenen die een beroep uitoefenden dat van de aanwezigheid van huurlegers profiteerde. Toen in 1714 de Spaanse Successieoorlog was afgelopen, vonden vilders, schoenmakers, zadelmakers en andere ambachten minder emplooi. Arme sloebers waren het niet, zelfs zaten er rijkelui onder, maar relatieve verarming had ze volgens Blok tot hun strooptochten aangespoord. De in het Maasdal rondzwervende soldateska had de bende misschien wel een model voor de werving en organisatie verschaft.

Maar er zat nog een andere sinistere kant aan waar de beschaamde nazaten van de bokkenrijders, en de meeste sociale historici, niet goed raad mee weten. De bokkenrijders hadden het ook op de clerus voorzien omdat die tot de grote landeigenaren behoorde, maar hun aversie ging verder. Nieuwe leden zwoeren een godslasterlijke eed: ,,Gij belooft dat gij God, Maria, en alle heiligen afzweert, en de Duivel toebehoort. Dat gij niemand van de bende zult verraden, maar elkander trouw zult wezen, en indien gij in rechters handen mocht geraken dat gij liever alle pijn en tormenten zult uitstaan dan iets van de bende of het complot te verraden''.

Kruisen werden bespuugd en vertrapt, en alvorens op pad te gaan werd hocus-pocus met de afgehakte hand van een gehangene uitgehaald om succes te verzekeren. Bij de overvallen op kerken kwam ontheiligend ritueel te pas. Dat 'bokkenrijders' - een toespeling op de gewoonte van heksen om zich met duivelskunsten door de lucht te verplaatsen - werd hun dus niet voor niks naar het hoofd gegooid.

Toch maakt Blok van de bokkenrijders geen satanssekte, zomin als hij overtuigd is van een nobel sociaal banditisme dat hen gedreven zou hebben. Hij schrijft ze van alles wat toe: een beetje boef, een beetje zwarte kunst, een beetje wreker. Wat de bokkenrijders bij elkaar hield was niet een groot doel, of zelfs maar klein gewin. ,,Het leek er op dat de bende er niet zozeer was voor de overvallen, maar dat de overvallen er (als oefening en dekmantel) waren voor de bende''.

Zelfs in de jaren zeventig, toen de bende zo'n grote slagkracht bereikte dat Blok over 'het vrijkorps' spreekt, werd de groep vooral bijeen gehouden door het spel, door de geheimzinnigheid en de kameraadschap. Geen van de honderden verdachten heeft een samenhangend politiek of ideologisch geluid laten horen. En dat was niet omdat de bokkenrijders zulke helden onder tortuur waren, maar omdat er geen revolutionaire zonden te bekennen vielen.

Voor Blok waren de zwarte missen en de toespelingen op een wereld waarin niet de hoge heren maar de armelui de baas waren, allemaal bindmiddelen van een geheim genootschap dat zijn eigen raison d'๊tre was. Geen verschrikkelijke samenzwering tegen de beschaafde mensheid; de bokkenrijders wilden de zaak alleen een beetje op z'n kop zetten. 'Inversie' heet dat deftig. Daarmee rangeert Blok het verschijnsel onder de rubriek landelijke gewoonten die de gevestigde orde van tijd tot tijd in twijfel trekken: carnaval, kermis, toverij, volksgerichten. Een ruwe versie weliswaar, en het ancien r้gime had het wel niet op die 'ventielzeden' zoals de sociologie ze noemt, maar benarde plattelanders vonden er een uitlaatklep in.

De kink in de kabel waren ambitieuze overheden die zich na de Spaanse Successieoorlog sterk wilden maken aan de grenzen van hun bevoegdheden. Als na een periode van oorlog een traditioneel gezag zich zoekt te herstellen, kan het rekenen op verzet uit kringen die van de wetteloosheid hebben geprofiteerd, des te meer in een onoverzichtelijke situatie als de landen van Overmaas. Tot op zekere hoogte krijgen de notabelen van Valkenburg gelijk van de antropoloog: pas de autoriteiten maakten krijgers en ketters van de bende.


Bron (http://users.pandora.be/luc.klaps/bokkenrijders.htm#Bokkenrijders%20:%20tu ssen%20sociale%20bandiet%20en%20duistere %20boef)