PDA

View Full Version : Anton Adriaan Mussert



Mac Seafraidh
Saturday, March 19th, 2005, 01:52 AM
De jonge Mussert

Anton Adriaan Mussert werd op 11 mei 1894 geboren te Werkendam uit het huwelijk van de hoofdonderwijzer Joannes Leonardus Mussert en diens vrouw Frederika Witlam. Anton was het vierde kind in het gezin Mussert. Uiteindelijk zouden vijf kinderen in huize Mussert opgroeien: zonen Jo, Max en Anton en hun zussen Leni en Coby. Als hoofdonderwijzer hoorden vader Mussert en zijn gezin tot de dorpselite. Johannes Mussert was een man met aanzien die twee gezichten kende. Naar buiten toe toonde hij zich als een innemende man die zich nooit te goed vond om kinderen die moeite hadden met leren extra op weg te helpen. Binnen het gezin toonde vader Mussert echter een heel ander gezicht, waarbij hij lijfstraffen niet schuwde om zijn gezag te laten gelden. Toch besteedde hij ook de nodige gezellige aandacht aan zijn familie. Moeder Frederika was echter een heel ander persoon. Zij was een snob die zich haar bevoorrechte positie liet welgevallen en deze overal uitbuitte. Deze tegengestelde karakters zouden gedurende het huwelijk tot de nodige heftige ruzies leiden die in alle openheid werden uitgevochten, zelfs tot in de schoolklassen.
Zoon Jo ging het leger in en schopte het al snel tot officier. De latere activiteiten van broer Anton zouden hem tijdens de meidagen van 1940 nog behoorlijk parten spelen. Op het moment dat de jonge Anton naar de basisschool ging, schafte Jo's verschijning in uniform hem nog veel aanzien. De eveneens oudere Max was toen al in de voetsporen van zijn vader getreden als onderwijzer. Oudere zus Leni studeerde voor hetzelfde vak.
Op de basisschool was Anton een eenling die zich graag afzonderde. Klein van stuk, werd hij nogal vaak gebruikt als pispaaltje door de plaatselijke jeugd. Hij was maar een middelmatige leerling die zich vooral interesseerde voor de vaderlandse geschiedenis. Een interesse die hem tot aan het einde van zijn leven zou bijblijven. Na de basisschool bezocht Mussert vanaf 1907 de HBS in Gorkum. Ook hier ontpopte hij zich niet bepaald tot een opvallende leerling. Hij presteerde voldoende, maar daar bleef het ook bij. Hij bleef de kleinste van de klas, een nadeel dat Anton compenseerde met een atletisch en goed gebouwd lichaam. Uiteindelijk behaalde hij in 1912 zijn diploma. Geïnspireerd door zijn broer Jo, wilde Anton marineofficier worden, maar hij werd vanwege zijn lengte afgekeurd. Zijn jeugd had hem echter tot een streber gemaakt, een eigenschap die hem nog van pas zou komen in zijn latere loopbaan.

Toen vader Johan in 1912 werd afgekeurd na 33 jaar trouwe dienst, bracht dat een grote verandering in het gezin Mussert teweeg. Op advies van zijn vader ging Anton studeren aan de Technische Hogeschool (TH) in Delft. Het gezin verhuisde op 25 oktober 1912 met hem mee om zo de studiekosten te doen afnemen. Het ouderlijk huis werd nu gevestigd op de benedenverdieping van de Kanaalweg 15.
Aan de TH ontpopte Anton zich als een ijverige student met perfectionistische trekjes. Hij stond bekend als een serieuze student die zich niet te buiten ging aan de gangbare studentenfeesten. Hij bleef niettemin dezelfde eenling als vroeger. Zijn enige contacten had hij met een medestudent, Willem Schermerhorn, die het na de oorlog zou brengen tot Minister-president. De jonge Mussert dronk niet en rookte niet, hij ging volledig op in zijn studie.
Op 8 januari 1913 kwam plotseling Antons vader te overlijden. Anton was hierdoor danig aangeslagen. Zo erg dat zijn studie er onder ging lijden. Toen hij echter onder de hoede werd genomen door een TH-assistent, dhr. Ploeg, klom hij langzaam uit het dal. Hij maakte zijn jaar af met uitstekende cijfers.

Mussert de militair
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldde Anton Mussert zich vrijwillig aan bij het Nederlandse leger. Aangekomen bij de kazerne in Amsterdam wist men aanvankelijk niet wat men met deze kleine jongeman aan moest. Na de keuring werd de 20-jarige Anton ingedeeld als soldaat bij de artillerie. Volgend op zijn allereerste oefening werd hij overgeplaatst naar Schoonoord voor een korporaalsopleiding. In de herfst van 1914 ontving hij zijn strepen. Kort daarna werd hij echter getroffen door een nierkwaal en in 1915 afgekeurd. Na zijn ziekbed ging hij weer terug naar de TH te Delft om zijn studie af te maken.
Tijdens zijn ziekte werd hij verzorgd door zijn 18 jaar oudere Tante Maria Witlam. De twee werden hevig verliefd. Ondanks de vele tegenwerpingen vanuit de familie en de breuk hierdoor met zijn moeder besloten de twee te trouwen. Volgens de wet konden mensen met een familieband zoals Anton en Maria niet met elkaar trouwen zonder hiervoor dispensatie te krijgen van de Koningin. Ze vroegen dispensatie aan en dit werd door Wilhelmina verleend. Na de goedkeuring traden ze op 19 september 1917 in het huwelijk. Ze betrokken een huis in Den Haag aan de Rijswijkse weg.
Tijdens het vervolg van zijn studie ontstond een vriendschap tussen Anton Mussert en de joodse student Josephus Jitta, die een huisvriend zou worden van het echtpaar Mussert. Dezelfde Anton Mussert zou jaren later in zee gaan met de nationaal-socialisten die de joden zouden trachten te vernietigen. Anton Mussert studeerde af en ontving op 5 juli 1918 zijn diploma als civiel ingenieur.

Afbeeldingen
http://www.go2war2.nl/artikel-afb/mussert_01337_1k.jpg (http://javascript<b></b>:popupimage('mussert_01337_1g.jpg','Anto n%20Adriaan%20Mussert%20(Foto:%20Archief %20STIWOT)');)


Anton Adriaan Mussert (Foto: Archief STIWOT)





Artikel door:
Wilco Vermeer (http://www.go2war2.nl/nld_schrijver.asp?id=40) Geplaatst op:
15-1-2005 Laatst gewijzigd:
22-1-2005
Deze website is een initiatief van STIWOT (http://www.stiwot.nl/) (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden (http://www.go2war2.nl/artikel/659) © 2002-2005
Hosting verzorgd door Vevida Services BV (http://www.vevida.nl/) v9.1


Ingenieur Mussert
Na het behalen van zijn diploma, welke was onderscheiden “met lof”, trad hij op 1 september in dienst van Rijkswaterstaat als ingenieur in tijdelijke dienst. Ingedeeld bij de dienst sluisbouw, werkte hij samen met zijn joodse studiegenoot Jitta die ook bij de dienst was tewerkgesteld. In de zomer van 1919 had Anton Mussert het al geschopt tot ingenieur derde klasse en had hij een vaste aanstelling. Met ingang van 1 mei 1920 trad Mussert in dienst bij het Provinciale Waterstaat van Utrecht. Hij ontpopte zich tot een uitstekend ingenieur en diverse plannen die rechtstreeks van zijn hand kwamen, werden uitgevoerd.

Aanvankelijk was Mussert een onbekend lid van de Liberale Vrijheidsbond. Pas in 1925 trad hij politiek op de voorgrond bij een protestactie tegen een ontwerpverdrag met België dat betrekking had op waterwerken. Op 3 april 1925 werd door de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken Herman Adriaan van Karnebeek en zijn Belgische collega Paul Hymans een overeenkomst getekend voor een ontwerpverdrag aangaande een verbeterde scheepvaartverbinding tussen Antwerpen en de Moerdijk. Een ander onderdeel van dit verdrag was de vergroting van de Belgische belangen op de rivier de Schelde. In Nederland ontstond hier het nodige verweer tegen. Mussert werd secretaris van het Nationaal Comité van Actie tegen het ontwerpverdrag onder voorzitterschap van de President-commissaris van de Nederlandse Bank, Johannes Luden. Ook de klerk van de Provinciale Griffie, Cees van Geelkerken, maakte deel uit van dit comité. Mussert liet zich in de actie leiden door de visie dat het verdrag door Nederland alleen maar was ingegeven uit angsten ten gevolge van het Verdrag van Versailles. Mussert vond dat het verdrag voornamelijk gericht was op Franse belangen en zag de plannen als een bijdrage aan het groeiende Frans imperialisme. De actie van het comité was dusdanig succesvol dat in februari 1927 het verdrag door de Eerste Kamer werd verworpen en de verantwoordelijke minister (van Karnebeek) aftrad. De succesvolle actie gaf Mussert de opvatting dat hij een uitstekende organisator was. Zijn bijdrage aan deze actie bracht hem in contact met personen uit autoritair gezinde kringen.

Via zijn lidmaatschap van de Nationale Unie, evolueerde Mussert van liberaal naar overtuigd fascist. Vooral Cornelis van Geelkerken was van grote invloed op de volgende stappen in Musserts leven. Na deze activiteiten werd Mussert lid van de Dietsche Bond, een organisatie die streefde naar een Groot-Nederland, waar ook Belgisch Vlaanderen deel van uit moest maken. In zijn streven hiertoe steunde hij dan ook het Vlaams activisme in België. Ook trad hij toe tot de Nationale Unie van jonkheer Robert Frédéric Groeninx van Zoelen en Frederik Carel Gerretson. In de loop der jaren groeide echter zijn interesse in het fascisme.

Op 1 november 1927 werd Anton Mussert benoemd tot hoofdingenieur, waarmee hij de jongste hoofdingenieur (33 jaar) van het land werd. Onder Musserts leiding werd het wegenplan van de Provincie Utrecht verbeterd, afgemaakt en uitgevoerd. De gigantische bureaucratische tegenwerking die hij hierbij ondervond, bezorgde hem een grotere aversie tegen de Nederlandse democratie. Overtuigd van de visie dat in het autoverkeer de toekomst lag, werd Mussert een groot pleitbezorger voor de aanleg van autowegen. In 1931 publiceerde hij zijn eerste werk over dit onderwerp : “Ruim baan voor de toekomst”. Zijn idee over de ontwikkeling van een netwerk van wegen , gelegen op viaducten , zou in de jaren 70 van de 20ste eeuw bij de TH in Delft opnieuw gehoor vinden. Ook op andere gebieden zoals in het ontwerpen van waterwegen had Mussert zich ondertussen zeer verdienstelijk gemaakt. Met zijn plannen had Mussert zodoende al diverse keren het landelijke beleid weten te beïnvloeden, zonder zelf de politieke reikwijdte hiervan te beseffen.

Mussert de politicus
Toch moet Mussert al snel beseft hebben dat hij ook op politiek gebied invloed uit kon oefenen. Al in 1930 liep hij met het idee rond om een politieke partij te beginnen. De basis hiervoor heeft zeer zeker gelegen in zijn ervaringen met de strijd tegen het Belgische verdrag. Zijn medestrijder daarin, mr. J. Zaaijer, had hier reeds de politieke kwaliteiten van Mussert herkend. Saillant detail was dat deze zelfde mr. Zaaijer in 1945 de doodstraf tegen Mussert zou eisen en bovendien toezicht hield op de voltrekking hiervan.
Toch waren deze ervaringen (Belgisch verdrag, wegenplan Utrecht enz.) niet de directe aanleiding voor politieke activiteiten. Allen die in die tijd met Mussert in contact waren, wisten zich te herinneren dat Mussert deze zaken nooit heeft uitgebuit voor politiek gewin. Ook zijn joodse vriend Jitta, die na de holocaust weinig reden had om een goed woordje over Mussert te doen, was hiervan overtuigd.

Musserts politieke geëngageerdheid moet meer worden gezocht in de bureaucratische tegenwerking die hij van de diverse overheden ondervond bij de vervolmaking van zijn plannen. Het heeft zeker twee jaar van planning en nadenken gekost voordat Mussert zijn plannen voor een politieke beweging ten uitvoer ging brengen. In 1929 had Mussert het idee gekregen dat Nederland zich in een groot economisch en politiek gevaar begaf. Hij had er geen enkel geloof in dat de bestaande politieke partijen in staat waren om deze rampspoed te kunnen afwenden. Ook zag hij het Rode Gevaar van Moskou opdoemen. Deze onzekerheden vormden de basis voor een politieke beweging die hij zou moeten opzetten en leiden. Een politieke partij oprichten zag hij aanvankelijk niet zitten. Er zou een maatschappelijke beweging moeten ontstaan die de bestaande partijen zou doen inzien dat het zo niet langer kon.

Op 14 december 1931 richtten Mussert en van Geelkerken in Utrecht de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) op. Hoe was dit nu ontstaan? Van Geelkerken had na het fiasco van de Oranje-Nationalisten (een andere nationalistische beweging), samen met Ds. C. Van der Voort van Zijp, een organisatie opgezet onder de naam “de Bezem”. In de groei hiervan zat weinig schort. Beide zochten een persoon die zou kunnen fungeren als een Nederlandse Mussolini, een man die een massabeweging op gang zou kunnen brengen. Allebei kenden ze Mussert als een goed organisator en begonnen ze zich af te vragen of deze Anton Mussert niet de man was die ze zochten. Langzaamaan groeide bij Mussert het besef dat hij deze functie ook daadwerkelijk kon uitvoeren.

Mussert werd politiek leider van de Nationaal-Socialistische Beweging die zich aanvankelijk meer Italiaans fascistisch dan Duits nazistisch opstelde. Mussert had grote bewondering voor de Italiaanse leider Benito Mussolini. Hoewel de NSB het overgrote deel van het politieke programma van de Duitse NSDAP (http://www.go2war2.nl/artikel/115) overnam, werden de racistische en antisemitische onderdelen weggelaten. Anton Mussert had zich bij de keuze voor de term nationaal-socialisme en het overnemen van diverse partijstandpunten van de NSDAP (http://www.go2war2.nl/artikel/115) niet laten leiden door de inhoud of achtergrond van het nationaal-socialisme in Duitsland. Hij was er in die tijd totaal niet van op de hoogte wat het nationaal-socialisme inhield. Hitlers “Mein Kampf” had hij nog nooit gelezen (zou hij ook later nooit hebben gedaan) en ook het antisemitisme deelde hij toen nog niet.
De term fascisme wilde Mussert vermijden aangezien al bestaande fascistische partijen een zeer kwalijke reputatie hadden. Hij had zich voornamelijk laten leiden door het succes van de NSDAP bij de Duitse verkiezingen. Van zijn twintig punten tellende politieke programma waren 16 punten overgenomen van de NSDAP. Belangrijke passages zoals de rassenleer en het Führerprincipe werden er echter uit gelaten. Deze pasten volgens Mussert niet bij het Nederlandse volk. De vier werkelijke Nederlandse actiepunten waren: de verbondenheid met de overzeese rijksdelen; een krachtig staatsgezag (invloed van het fascisme); het streven naar een Groot-Nederland inclusief Vlaanderen, hoewel dat niet expliciet werd genoemd; een sterke defensie.

Op maandagavond 14 december 1931, in een klein zaaltje in het Utrechtse gebouw van de Christelijke Jongemannen Vereniging, was het zover. Van de twaalf aanwezige mensen werden er buiten Mussert en Cornelis van Geelkerken, totaal vier ingeschreven als de eerste leden van de NSB.





http://www.go2war2.nl/artikel-afb/mussert_01338_1g.jpg





Politiek succes in ups en downs
De opbouw van de NSB werd voortvarend ter hand genomen. Door het beleggen van vele bijeenkomsten probeerden Mussert, Van der Voort van Zijp en van Geelkerken het gedachtegoed van de beweging te verspreiden. De tactiek was om middels die bijeenkomsten de toehoorders ertoe aan te zetten om dit gedachtegoed weer verder te verspreiden. Al snel ging het echter mis. De administrateur die door Mussert zelf was geselecteerd maakte er een dusdanige puinhoop van dat de beweging al snel financieel en organisatorisch aan de grond kwam te zitten. Dit feit toonde al gelijk een zwak punt van Anton Mussert aan. Dit was zijn gebrek aan mensenkennis. Een tekortkoming die hem in zijn latere houding naar Adolf Hitler (http://www.go2war2.nl/artikel/673) toe nog meer parten zou gaan spelen.
Interviews met Mussert in de Nieuwe Rotterdamsche Courant en met Van Geelkerken in het Algemeen Handelsblad in 1932 resulteerden echter weer in een toename in de interesse naar de beweging. Ook het aantal bijeenkomsten nam hierdoor toe. Tijdens deze bijeenkomsten toonde Mussert zich een goed spreker die zijn boodschap wist over te brengen, echter zonder het vuur van een begenadigd redenaar. De keerzijde van deze bijeenkomsten was dat al vanaf het begin ook lieden die tegen de NSB waren zich mengden in het debat. Dit mondde vaak uit tot verbaal geweld en een enkele keer ook tot fysiek geweld.
Dit geheel leidde ertoe dat in de herfst van 1932 de Weerafdeling of WA werd opgericht. Geïnspireerd door Mussolini's zwarthemden en Hitlers SA werd de WA in een uniform gestoken en kreeg zij een duidelijke aanwezigheid op de NSB-bijeenkomsten. De WA werd militair ingericht waarbij de leden Mussert aanspraken als “de leider” in vergelijk met “El Duce” voor Mussolini en “Der Führer” voor Hitler. Het was in diezelfde periode dat Mussert zich door al zijn volgelingen voortaan als leider liet aanspreken. Hij institutionaliseerde deze positie door deze te laten vastleggen in november 1932 bij de akte voor de stichting “Nationaal Socialistische Beweging in Nederland ” . Artikel 3 stelde dat het bestuur bestond uit Mussert onder de titel “Algemeen Leider” met absolute macht. Cornelis van Geelkerken werd bij akte de Algemeen Secretaris.

Aanvankelijk groeide de NSB in korte tijd zeer sterk, van 1.000 leden in 1933 tot 52.000 leden in 1936. Ook militariseerde de beweging in die tijd. Tijdens de “Landdag” op 7 januari 1933 in Utrecht werden voor het eerst ook de geüniformeerde leden van de Weerbaarheidsafdeling (WA) gesignaleerd. Ook trad op die dag de NSB naar buiten met het lijfblad “Volk en Vaderland”. In die tijd begon tevens de eerste repressie vanuit de Nederlandse overheid op leden van de NSB. Op 30 januari 1933 vaardigde de Nederlandse Regering een verbod uit aan beroepsofficicieren en -onderofficieren om deel uit te maken van de WA. In maart volgde het verbod voor militaire kaders om lid te zijn van fascistische organisaties, waar ook de NSB onder werd gerekend. Vervolgens werd het NSB'ers verboden lid te zijn van de Burgerwacht.
Tijdens de verkiezingen voor de Tweede Kamer in 1933 vond Mussert terecht zijn beweging te klein en te zwak om al mee te dingen naar kamerzetels. Op 1 mei 1933 betrok de NSB haar eerste hoofdkwartier aan de Oude Gracht nr. 35 te Utrecht. De groei van de beweging maakte dit pand al snel te klein en in november 1933 betrok de NSB een ander pand aan de Oude Gracht nr. 354. De beweging telde toen ruim 20.000 leden. Deze groei was ook af te zien aan de tweede NSB Landdag op 7 oktober 1933. Maar liefst 6.000 deelnemers, tien keer zoveel als op de eerste Landdag, togen naar Utrecht.

In april 1935 deed de partij voor het eerst mee aan verkiezingen voor de Provinciale Staten en behaalde ze 7,94% van de stemmen. Mussert kreeg kort daarna nog meer bekendheid door zijn reizen naar Nederlands-Indië. De voor die tijd opmerkelijk groei van een fascistische partij was grotendeels toe te schrijven aan de persoon van Mussert die als bekend en bekwaam ingenieur het nodige vertrouwen wist uit te stralen.
Toch waren er ook tegenslagen. Op 1 mei 1934 werd Anton Mussert ontslagen uit zijn functie omdat het lidmaatschap van fascistische partijen verboden werd voor ambtenaren. Een eerste gevolg van dit verbod was overigens de afname van het ledental met 5% doordat veel ambtenaren liever hun lidmaatschap opzegden dan hun baan. De NSB wist daarentegen nog steeds de nodige aanwas te verwerven door het gebrek aan ideologie dat Mussert tentoon spreidde. Hierdoor konden diverse andere “rechtse stromingen” goed gedijen in de NSB. Ondanks de schade naar buiten toe die door personen als Meinout Rost van Tonningen (http://www.go2war2.nl/artikel/972) en Johannes Hendrikus Feldmeijer werden veroorzaakt, bleef binnen de NSB de positie van Mussert onaangetast. Op 3 juni 1934 mocht Mussert op bezoek bij de Italiaanse fascistenleider Benito Mussolini. Het onderhoud liet een diepe indruk achter bij Mussert.
De Landdag die werd georganiseerd op 20 maart 1935 was een goede generale repetitie voor de verkiezingen. De bijeenkomst trok maar liefst 16.000 bezoekers. Overigens zorgde de verkiezingsuitslag van april 1935 er ook voor dat de NSB twee zetels in de Eerste Kamer kon bezetten. Door de totale groei werd ook het bestaande hoofdkantoor weer te klein en betrok de NSB een aantal gebouwen in Utrecht met als hoofdkantoor de Maliebaan nr. 35.

Na 1936 nam de aanhang van de NSB opeens sterk af. De oorzaak hiervan was vooral te vinden in de positie die Mussert en de NSB innamen ten opzichte van Benito Mussolini en Adolf Hitler (http://www.go2war2.nl/artikel/673). In oktober 1935 had Mussert openlijk de zijde van Mussolini gekozen bij de Italiaanse invasie van Ethiopië. Vanaf dat moment heeft Mussert zich geen enkele keer meer openbaar verzet tegen de militaire activiteiten van Hitler en Mussolini. In maart 1936 schaarde Mussert zich achter de demilitarisatie van het Rijnland door Duitsland. Op 16 november 1936 volgde een eerste ontmoeting tussen Anton Mussert en Adolf Hitler. Hierna werden de banden tussen de NSB en nazi-Duitsland steeds sterker. Het fascistische erfgoed werd ingeruild voor de nazi-ideologie. Dit bleek uit de door Mussert geschreven brochure “De bronnen van het Nederlands nationaal-socialisme” die verscheen in oktober 1937. In deze brochure omhelsde Mussert de Duitse rassenleer en voor het eerst viel hij de joden als volk aan.
Vanaf dat moment werd de toon van de publicaties door de NSB alleen maar meer antisemitisch. In september 1938 werd het voor joden verboden om lid te zijn van de NSB. Tussen januari 1936 en mei 1940 ging het met de NSB alleen maar bergafwaarts. Het ledenaantal liep terug van 52.000 naar ongeveer 30.000. In stemmenaantal nam het percentage af van 4,22% bij de kamerverkiezingen in mei 1937 , tot 3,89% bij de Statenverkiezingen van april 1939. Toch bleef de oriëntering op Duitsland verder groeien. In 1938 werd door Mussert de Anschluss van Oostenrijk bij het Duitse Rijk bestempeld als “Oostenrijks bevrijding”. Openlijk koos hij ook de zijde van Duitsland in de kwestie Tsjecho-Slowakije. Zelfs de inval in Polen werd door Mussert betiteld als het goed recht van Duitsland om het onrecht van het Verdrag van Versailles recht te zetten.

Afbeeldingen
http://www.go2war2.nl/artikel-afb/mussert_01339_1k.jpg (http://javascript<b></b>:popupimage('mussert_01339_1g.jpg','Muss ert%20op%20NSB%20verkiezingszegels%20(Fo to:%20Archief%20STIWOT)');)


Mussert op NSB verkiezingszegels (Foto: Archief STIWOT)



Mussert: miskend leider zonder werkelijke macht
Ondanks zijn nazi-sympathie, bleef Mussert voor een Neutrale houding van Nederland toen in september 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Hij ging er vanuit dat Duitsland uiteindelijk Nederland wel binnen moest vallen, maar dat hierdoor een nieuw, fascistisch Europa zou ontstaan. Uiteraard zou de NSB dan de leiding over Nederland op zich nemen. Toen Duitsland op 10 mei 1940 Nederland ook daadwerkelijk binnenviel wenste Mussert de invallers niet actief te helpen en hij verbood dit ook aan andere NSB leden. Zelf wist Mussert onder te duiken om zo niet te worden geïnterneerd door de Nederlandse regering. Op 10 mei, bij de eerste geruchten van een Duitse aanval, had hij het NSB hoofdkwartier verlaten met onbekende bestemming.

Voor 10 mei was Mussert in geheime besprekingen met vertegenwoordigers van de Abwehr (http://www.go2war2.nl/artikel/1002) Abteilung II (contraspionage) al op een dusdanige wijze op de hoogte gesteld dat hij kon concluderen dat de Duitse aanval eraan zat te komen. Een eerste onderhoud had al in december 1939 plaatsgevonden met twee Abwehr (http://www.go2war2.nl/artikel/1002)-medewerkers en Julius Herdtmann, de leider van in Duitsland wonende NSB aanhangers. Begin 1940 volgde een gesprek met Abwehr-officier Neumeister. Beide gesprekken waren gevoerd in aanwezigheid van NSB gelastigde voor Indische zaken dhr. A.J.W. Harloff. Tijdens een derde gesprek in april, in aanwezigheid van Abwehr-officier Scheuermann werd de vorming van een Duitsgezinde regering besproken na een Duitse inval. Uit dit laatste gesprek bleek dat Mussert bereid was een NSB-regering te vormen.
Ondanks dit alles bleef Mussert hopen dat een Duitse aanval op Nederland voorkomen kon worden, getuige het zenden van Rost van Tonningen (http://www.go2war2.nl/artikel/972) en Juul op ten Noort naar Berlijn om te pleiten voor de neutraliteit van Nederland bij Himmler. Het mocht allemaal niet baten. Dit moet ook Mussert hebben ingezien aangezien hij besloot dat het beter was om tijdelijk onder te duiken. Toen de Duitse aanval een feit bleek dook Mussert, die werd vervoerd in een gehuurde auto, onder in het Gooi en om precies te zijn in Huizen.

Direct na de capitulatie trok hij weer terug naar het NSB hoofdkwartier en ging vlot daarna naar huis om weer met zijn vrouw te worden herenigd. Zijn vrouw was juist vrijgelaten uit de gevangenis waar zij was opgesloten. Thuis volgde de tragische mededeling van de dood van zijn broer Jo. Overste Jo Mussert had als kantonnementscommandant van Dordrecht strijd tegen de Duitsers gevoerd. Op 14 mei was hij gearresteerd door twee Nederlandse officieren (Reserve-eerste Luitenant A.J. Kruithof en Reserve-Kapitein A.J.C. Bom) die hem van verraad beschuldigden. Bij deze arrestatie werd de Overste neergeschoten en hij overleed enkele uren later. Tot op de dag van vandaag is nog nooit werkelijk onderzocht of de Overste al dan niet verraad heeft gepleegd, hoewel hij na de Tweede Wereldoorlog op voordracht van Generaal Henri Gerard Winkelman (http://www.go2war2.nl/artikel/587) postuum in ere werd hersteld.

Op donderdag 16 mei werd Mussert al bezocht door Duitse officieren. Het eerste bezoek aan Mussert werd gebracht door de Abwehr-medewerker Scheuermann en diens directe chef. De daaropvolgende gesprekken toonden de ware Duitse aard. Ondanks alle beloften werd duidelijk dat Mussert niet zijn zin kreeg om leider van het Nederlandse volk te worden. Dit bleef wel zijn droom, maar deze werd ruw verstoord toen op 19 mei bekend werd dat op 18 mei Adolf Hitler (http://www.go2war2.nl/artikel/673) de Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart had benoemd tot Rijkscommissaris voor de bezette Nederlandse gebieden. Alle verdere pogingen die Mussert ondernam liepen op niets uit. Het heeft hierbij zeker meegespeeld dat Mussert niet de radicalisering wenste die door de Duitsers zo noodzakelijk geacht werd. Het zal duidelijk zijn dat vanuit Duits oogpunt van een “onafhankelijk” Nederland binnen het “Duitse Rijk” geen sprake kon zijn.
Toch had Mussert in de NSB een zekere radicalisering ondersteund. Hij hoopte hiermee dat na een eventuele Duitse inval de NSB aan de macht zou kunnen komen. Na de Duitse inval toonden de Duitsers echter weinig interesse in de weinig charismatische leider van de NSB. De radicalere en welbespraakte Rost van Tonningen (http://www.go2war2.nl/artikel/972) had op hen veel meer invloed. Ondanks zijn wantrouwen in de Duitse bezetter en de SS in het bijzonder, trachtte Mussert zijn invloed te vergroten. Tijdens de op 22 juni 1940 gehouden “Hagespraak der Bevrijding” sprak hij openlijk zijn bereidheid tot samenwerking met de bezetter uit. Een ommekeer in Musserts handelen kwam na een gesprek met de Duitse gezant Gottlob Berger op 9 juni 1940. Hier werd aan Mussert verteld dat Nederland nooit een onafhankelijke status zou krijgen en een deel van Duitsland zou worden. Tevens werd gemeld dat Hitler had bevolen tot de oprichting van de SS-Standarte “Westland” als onderdeel van de Waffen-SS Divisie “Wiking”, waar onder andere Nederlanders aan deel dienden te nemen. Aanvankelijk wenste Mussert niet mee te werken aan beide plannen, maar eind datzelfde jaar ging hij toch overstag. Een toegezegd gesprek met Hitler zou hem over de streep hebben getrokken. Dat gesprek tussen de Nederlandse en Duitse leider zou, althans zo dacht Mussert, de lucht wel klaren.
Hitler had echter geen enkele boodschap aan de kritieken van Mussert en op 11 september 1940 was de oprichting van de “Nederlandse SS” een feit. De eenheid werd zelfs een onderdeel van de NSB en begin 1941 riep Mussert zijn leden bovendien op om dienst te nemen bij deze eenheid. Met deze actie hoopte Mussert zoveel Nederlanders in de eenheid te krijgen dat de invloed van de NSB hierop wel groot moest worden. Zijn plan faalde totaal, de troepen kwamen gewoon onder direct bevel van de Waffen-SS.

In een ultieme poging toch invloed te behouden op de Nederlandse SS'ers, legde Mussert aan het einde van 1941 de eed van trouw af aan Hitler. Hiermee hoopte hij te voorkomen dat de Nederlandse SS-leden datzelfde moesten doen. Zij hadden immers als NSB'er al hun trouw afgelegd aan de partij. Ook hier had hij het mis, in mei 1942 moesten ook de Nederlandse SS'ers de eed afleggen. Keer op keer gokte Mussert verkeerd en pakten zijn activiteiten averechts uit. Noch Hitler, de bezettingsautoriteiten en de SS hadden ook maar enig respect voor de NSB-leider. De enige reden tot samenwerking leek nog te bestaan uit het feit dat Mussert de enige geschikte persoon was om mee samen te werken in het beïnvloeden en onder controle houden van de Nederlandse samenleving.

Een opmerkelijke gebeurtenis mag rond Mussert niet onbesproken blijven. Ondanks de steeds groeiende antipathie tegen de joden, bleef Mussert een zekere verwantschap voelen met voormalige joodse leden van de NSB die het gedachtegoed van de NSB volgens Mussert trouw waren gebleven. Een dozijn van deze mensen kreeg een zekere bescherming van Mussert doordat hij ze onder liet brengen in een villa in Doetinchem, Villa Bouchina (zie www.villabouchina.nl (http://www.villabouchina.nl/)). Naast de Mussert-joden werd hier ook de joodse tekenaar Jo Spier en zijn gezin ondergebracht omdat zij kennissen waren van de zus van Musserts vrouw. Uiteindelijk kon Mussert ook hun deportatie niet tegenhouden. Hij kon er wel voor zorgen dat deze mensen niet naar een concentratiekamp gingen, maar terecht kwamen in het getto van Theresienstadt, wat overigens niet veel beter bleek.

De gehele oorlog door heeft Mussert verwoede pogingen ondernomen om Hitler voor zijn ideeën te winnen. Een eerste onderhoud vond plaats op 23 september 1940. In het gezelschap van Seyss-Inquart, Generalkommisar Fritz Schmidt, van Geelkerken (Musserts plaatsvervanger) en tot Musserts spijt, onder druk van Seyss-Inquart, ook Rost van Tonningen. Mussert had een grote hekel aan Rost van Tonningen en deze nazi-sympathisant had nog geen officiële positie in de NSB. Rost van Tonningen werd, om hem toch een positie te verschaffen, door de aanwezigen ter plekke benoemd tot van Geelkerken zijn plaatsvervanger.
Volgens Mussert had Hitler in dit onderhoud laten doorschemeren dat de positie van Seyss-Inquart in Nederland alleen maar tot doel had om het land en het volk op Musserts leiderschap voor te bereiden. Volgens het verslag van Schmidt hing dit wel geheel af van de mate waarin de NSB en Mussert in staat waren het Nederlandse volk voor de Duitse zaak te winnen.
Een tweede onderhoud met Hitler vond plaats op 12 december 1941. Dit keer zou Mussert speciaal ter audiëntie gaan om de eed van trouw aan Hitler af te leggen. Als vervolg op dit onderhoud zette Mussert zijn plannen op om in navolging van zijn Noorse college Quisling te worden benoemd tot Hoofd van Staat. Hij ondersteunde dit door te melden dat hij in die functie in Nederland de algemene dienstplicht kon invoeren en op deze manier 30 divisies voor het Oostfront vrij kon maken. Op 10 december 1942 ontvouwde hij voor het eerst zijn idee aan Hitler. Mussert ging zelfs zo ver dat hij aan Hitler verzocht om de door de Duitser in beslaggenomen bezittingen van het Nederlandse Koningshuis aan hem als nieuw Nederland Staatshoofd ter beschikking te stellen. Het idee werd door Hitler niet meteen naar de prullenbak verwezen, maar noch hij, noch Seyss-Inquart achtten Mussert capabel genoeg om als definitieve leider van Nederland op te treden. Tijdens het vierde bezoek aan Hitler op 10 december 1943, wenste Mussert verder met Hitler van gedachten te wisselen over dit vraagstuk. Toen werd echter duidelijk dat van Nederlands zelfbestuur geen sprake kon zijn zolang er nog oorlog gevoerd moest worden. Hitler sprak wel uit dat de Nederlanders niet als een overwonnen volk zouden worden beschouwd. Ook zou hij Mussert erkennen als leider van het Nederlandse volk, zonder dat hij hier overigens enige macht of status aan verbond.

Met de erkenning van Hitler op zak werd in Nederland “Het Secretarie van Staat van de NSB” opgericht met tot doel het voorbereiden van de regering met Mussert als staatshoofd. In juli 1944 betrok deze organisatie het monumentale pand aan de Korte Vijverberg 3 in Den Haag. Dit was vroeger de vestigingsplaats van het Kabinet der Koningin en ooit de woning van Groen van Prinsterer. De Koninklijke bezittingen zou Mussert echter nooit krijgen. Bij Mussert begon twijfel te groeien over de Duitse bedoelingen. Vanaf 1944 werd hij steeds meer doordrongen van het feit dat de Nederlandse bevolking het steeds slechter kreeg, terwijl het de Duitse bezetter aan niets ontbrak. Ook het verloop van de oorlog bracht hem de nodige hoofdbrekens. Toch bleef hij er van overtuigd dat dit alles niet aan Hitler lag, maar vooral aan mensen als Heinrich Himmler (http://www.go2war2.nl/artikel/1083).

Vanaf september 1944 begon Mussert met het voorbereiden van de evacuatie van NSB-vrouwen en kinderen uit het bedreigde zuiden van het land. Hans Albin Rauter zegde hem vervoer in de vorm van treinen toe in ruil voor een oproep van Mussert aan mannelijke NSB-leden om dienst te nemen bij de “Landwacht”. Toen op 5 september 1944 “Dolle Dinsdag” uitbrak ontstond er paniek in de NSB geledingen. Velen sloegen op de vlucht, maar Mussert bleef in Utrecht. De organisatie, zijn NSB, viel echter uit elkaar en hield praktisch op te bestaan. Zijn achterban had hij niet meer in de hand, iedereen die kon vluchten deed dat ook. De meeste gevluchte NSB'ers kwamen terecht in het Duitse Lünenburg, waar een soort NSB nederzetting ontstond. Vooral jonge NSB-leden keerden de beweging de rug toe en traden in dienst van de Duitse oorlogsmachine.
Tijdens de winter van 1944-1945 voelde Mussert zich als een opgejaagde hond. Hij kon bijna niemand in zijn eigen geledingen meer vertrouwen en de toestand werd alsmaar slechter. Op zaterdag 7 april 1945 hield hij zijn laatste politieke redevoering. Snel volgden de ontwikkelingen elkaar vervolgens op.

De finale
Op 25 april kreeg hij met zijn auto een aanrijding met een Wehrmacht (http://www.go2war2.nl/artikel/812) wagen en raakte hij gewond. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis “de Mariastichting” in Haarlem. Via een bevriende chirurg kwam dit onder de aandacht van de commandant van de ondergrondse knokploeg Haarlem die ook arts was. Snel werd het plan geboren om de NSB-leider te ontvoeren, maar in de nacht waren NSB-lijfwachten gearriveerd zodat de actie moest worden afgelast. Korte tijd verbleef Mussert buiten het ziekenhuis, maar hij liet zich niet lang daarna weer opnemen in het Bronovo ziekenhuis in Den Haag. Op 1 mei 1945 kwam het bericht dat Adolf Hitler (http://www.go2war2.nl/artikel/673) was overleden. In een proclamatie eerde Mussert nog éénmaal de Duitse leider.
Op 4 mei verliet Mussert het ziekenhuis om naar Utrecht te vertrekken. In de middag arriveerde hij in Den Haag op de Korte Vijverberg nr. 3. 's Avonds ontving hij daar het bericht over de Duitse capitulatie in Nederland. Op maandag 7 mei liet Mussert aan de hoogste politieautoriteit weten dat hij zich in het Groen van Prinstererhuis bevond en zich ter beschikking stelde aan het nieuwe wettelijke gezag. De eerste militaire voertuigen verschenen om 15.30 uur die middag. Via de achterdeur verschenen twee mensen van de Binnenlandse Strijdkrachten en de waarnemend Commissaris van Politie die Mussert sommeerden naar buiten te komen. Na enige onderhandeling over documenten die Mussert aan de Minister-president wilde toevertrouwen, meldde Mussert dat hij om 19.00 uur ter beschikking zou zijn. Hij wenste eerst te eten. Om klokslag 19.00 uur werden Mussert en zijn getrouwen C.J.Huygen en K.A. Enklaar afgevoerd. Mussert werd naar het Huis van Bewaring aan de Casuarisstraat gebracht. In juli werd hij overgebracht naar de strafgevangenis van Scheveningen waar hij ondergebracht werd in cel 397. De dagvaarding volgde in september 1945.

Na zijn arrestatie op 7 mei 1945 werd Mussert berecht wegens hoogverraad. Mussert werd schuldig bevonden tijdens een proces op 27 en 28 november. De aanklacht luidde: “Poging om het land onder vreemde heerschappij te brengen”, “Poging om de grondwettige regeringsvorm te veranderen” en Hulpverlening aan de vijand”. Nog één keer schitterde de politicus Mussert bij zijn eigen verdediging, maar het mocht niet baten, het tij was tegen hem. Het vonnis stond bij wijze van spreken al vooraf vast. De NSB moest geofferd worden. Arnold Meyer van het Zwarte Front, ook een beweging die samenwerkte met de Duitsers, kreeg maar vijf jaar. De belangrijkste voorman van de Nederlandse Unie, die eveneens een twijfelachtige rol had tijdens de bezetting, Jan de Quay, werd na de bevrijding geridderd, werd Commissaris van de Koningin en zelfs Minister-president.
Op woensdag 12 december 1945 volgde de uitspraak. Geheel conform de eis volgde de doodstraf. Mussert hoorde de uitspraak in kalmte aan. Na zijn veroordeling verplaatste men Mussert eerst naar cel 596 en later naar cel 603. Mussert had nog een laatste actie in petto. Hij tekende beroep aan tegen zijn vonnis. Dit diende op 20 februari 1946. Wederom hielden de verdediging en Mussert zelf een sterk pleidooi, maar wederom mocht het niet baten. Het vonnis werd bekrachtigd. Toch werd er nog een verzoek tot gratie ingediend, maar ook dit werd op 5 mei 1946 afgewezen.
De executie werd vastgesteld op dinsdag 7 mei. Om 06.00 uur werd Mussert opgehaald door de commandant van de gevangenis. Tegen half zeven verliet hij zijn cel voor de laatste keer. Mussert, Willem Terpstra (Musserts zwager), dominee Sijbrandij en twee bewakers namen plaats in een gevangeniswagen op de binnenplaats. Om 06.27 uur stapte Mussert uit de wagen op de Waalsdorpervlakte en ging men op weg naar het vuurpeloton. Om half zeven was de NSB-leider niet meer in leven.

Musserts lichaam werd anoniem begraven op de Algemene Begraafplaats te Den Haag. Wie denkt dat hiermee de geschiedenis Mussert ten einde was, komt bedrogen uit. Op 17 juni 1956 kreeg de zus van Mussert, Coby , bezoek van de politie met de vraag waar het lichaam van Mussert gebleven was. In de nacht ervoor was namelijk gebleken dat het lichaam van Anton Mussert was verdwenen. De Telegraaf had een telefoontje gekregen dat het stoffelijke overschot uit het graf was verwijderd en was meegenomen. De daders waren zeer zorgvuldig te werk gegaan, zo zorgvuldig dat ze bijna zeker inzage gehad moeten hebben in de administratie van het kerkhof. De kist met het nummer erop dat correspondeerde met Musserts kist met overeenkomstig nummer was als enige verdwenen. De kisten van R. Van Genechten en Max Blokzijl die naast hem lagen, waren nog aanwezig. De overheid trachtte nog zand in de ogen te strooien door te stellen dat het stoffelijk overschot niet was verdwenen, maar dat de kist door de werking van de grond naar elders was verschoven. Het overschot is echter door vier onbekend gebleven NSB leden, oud-oostfrontstrijders, uit het graf gehaald en herbegraven bij één van de vier thuis, waarschijnlijk ergens in het Gooi, waar nog veel oud NSB-leden woonden. Waar het stoffelijke overschot uiteindelijk heen is gegaan is niet bekend. Speculaties zijn er te over. Zo zou Mussert nog altijd ergens in het Gooi begraven liggen, terwijl anderen beweren dat één van de vier oud-oostfrontstrijders de kist later heeft overgebracht of laten overbrengen naar een locatie in België. De waarheid zal wel nooit achterhaald worden.





http://www.go2war2.nl/artikel-afb/mussert_01340_1g.jpg


Deze website is een initiatief van STIWOT (http://www.stiwot.nl/) (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee)




http://www.go2war2.nl/artikel-afb/mussert_01340_2g.jpg

Deze website is een initiatief van STIWOT (http://www.stiwot.nl/) (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee)




http://www.go2war2.nl/ (http://www.go2war2.nl/)