PDA

View Full Version : Gedichten van Jan Van Nijlen



Frans_Jozef
Wednesday, November 10th, 2004, 10:43 PM
De oude kroeg

Ik houd zozeer van die verlaten kroegen
buiten de stad in het namiddaguur,
men droomt er rustig, wachtend op den vroegen
schemeravond, naast een gezellig vuur.

Sedert een eeuw misschien ligt hier wit zand
op de geschuurde en uitgesleten planken.
Alles is oud, de stoelen en de blanke
tafels. Dit is een huis, een vaderland.

'k Zie door het raam een tuin die druipt van regen,
de winterlucht is mistig, grijs en geel,
en alles wat ik lijdzaam heb verzwegen
dringt plots in kroppend snikken naar mijn keel.

En toch ben ik gelukkig, want nooit kende
mijn jeugd den vrede die ik nu gevoel;
'k weet mij nu nader bij mijn menslijk doel:
de dood, maar zonder 't masker der ellende.


Volle Zomer

Er waait een wind van verre zuiderkust
strelend en zacht en zoel en die bij pozen
fijngeurig draalt; de gulden kever rust
in het fluwelen schrijn der rode rozen.

Het haverveld is van papavers rood,
van korenbloemen blauwt het hoge koren,
de ijsvogel flikkert over gracht en sloot
waar nenufaar bloeit, gele naast ivoren.

Nu heeft natuur haar droom van licht gebouwd,
van lust en liefde en jeugd: gezonde blijheid;
en wie slechts eenmaal 't wonder heeft aan-schouwd,

voelt zich voor altijd vreemdeling in de stad,
treurt om die lieve en onbeperkte vrijheid,
en heeft voor eeuwig heimwee naar dien schat.


Geloof

Nu alles faalt, heeft dit alleen nog waarde
Voor mij, die nooit één waarheid heeft ontdekt;
Ik zal van U niet scheiden als deze aarde
Mijn pover lichaam dekt.

Ik heb maar één geloof: nooit gaat verloren
Wat eens de liefde zalig heeft bevrucht,
En waar er twee elkander toebehoren
Is zelfs de dood geen vlucht


Twee minuten lente

Ik wist niet dat de maan hier scheen
boven de naakte beukebomen
in de eerste dagen van april.
Nooit is een voorjaar zo gekomen,
zo plotseling, zo fel, zo pril:
er waarden ongekende geuren,
de kruin der bomen wiegde zacht,
de struiken, in den vroegen nacht,
kregen een schijn van kleuren.
Het duurde slechts een paar minuten,
fluwelig vloog een uil voorbij,
een wind stak op, de regen viel
en al de voorjaarsattributen
lagen verregend in de klei.
Toen zag ik dat nog lichten brandden
aan vele vensters in de stad,
ik dacht: ik heb dit jaar mijn deel
aan zuiverheid en jeugd gehad,
maar twee minuten is niet veel.


Bericht aan de reizigers

Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.

Zit rustig en geduldig naast het open raam:
gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.

Zoek in 't verleden weer uw frisse kinderogen,
kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.

Al wat ge groeien ziet op 't zwarte voorjaarsland,
wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant.

Laat handelsreizigers over de filmcensuur
hun woordje zeggen: God glimlacht en kiest zijn uur.

Groet minzaam de stationschefs achter hun groen hekken,
want zonder hun signaal zou nooit één trein vertrekken.

En als de trein niet voort wil, zeer ten detrimente
van uwe lust en hoop en zuurbetaalde centen,

Blijf kalm en open uw valies; put uit zijn voorraad
en ge ondervindt dat nooit een enkel uur te loor gaat.

En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,
waarvan ge in uw bestaan de naam nooit hebt gehoord,

Dan is het doel bereikt, dan leert gij eerst wat reizen
betekent voor de dolaards en de ware wijzen...

Wees vooral niet verbaasd dat, langs gewone bomen,
een doodgewone trein u voert naar 't hart van Rome.